NSB

Nationaal Socialist

Glorie - Verval

WA - SS

Jeugdstorm

WHN - NVD

Arbeidsdienst

Dwangarbeid

Dagelijks leven

Distributie

Joden

Luchtbeschermingsdienst

Persoonsbewijs

Nederland paraat

Oranje/verzet

Nationalisme/fascisme

Surrogaten

Zwart/Nationaal Front

 
 
Veel NSB'ers hadden de rotsvaste overtuiging, dat Adolf Hiter door de voorzieningheid gezonden was om de beschaafde wereld te redden van de ondergang door toedoen van het monsterverbond tussen de Angelsaksische plutocratie en de primitieve Russische horden. Waarin de gelovigen overeenstemmen, is een met hun gehele persoonllijkheid gegrepen zijn door een sterk religieus getinte, heroïsche verlossingsleer, waarvan de kracht zich te sterker doet gevoelen naarmate de weerstand van het vermeende Boze groeit.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nationaal en Socialist vormt de twee-eenheid waaruit een volk kan opbloeien. Nationalisme nodig voor de verdediging van een volk tegen van buiten komende vijanden; Socialisme nodig voor de verdediging van het volk tegen de vijanden van binnen: kapitalisme en marxisme. De kleuren werden aangenomen zwart-rood. Het rood der revolutie, het zwart van het behoud van het goede, het blijvende uit alle tijden. Anders uitgedrukt: bloed en bodem. (Vijf nota's van Mussert aan Hiter, blz. 122)
 
 
Het Tijdperk van het Volk, door A.J. de Vaan. 'De Nationaal-Socialistische Revolutie in Nederland'.
 
 
Volgens Mussert was het mogelijk om het Nederlandse volk in korte tijd tot het nationaal socialisme te brengen mits aan bepaalde voorwaarden zou worden voldaan. De eerste en belangrijkste voorwaarde was, dat het odium van landverraad, dat volgens de NSB volkomen ten onrechte op zijn partij was gelegd, radicaal zou worden afgenomen. "De democratie heeft ons dit kunnen opleggen, door jaren achtereen in kranten, tijdschriften, scholen en kerken te verkondigen, dat het doel van het nationaal socialistische Derde Rijk is ons in te lijven en van ons land te maken de koolplanterij en melkboerderij in de Westmark. Daar wij ons solidair hebben verklaard met het nationaal socialistische Duitsland en het fascistische Italië, werd iedere overwinning van Duitsland en Italië een nieuw wapen tegen ons". Wanneer Nederland zou toetreden in een Bond van Germaanse volkeren, zoals dat is voorgesteld door Mussert, dan zou het Nederlandse volk tot het nationaal-socialisme gebracht kunnen worden en werd de NSB van verraadster van land en volk tot degene die land en volk verlost heeft van de plutocratie.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Beginselen van Nationaal Socialisme, 1942, door dr. J.H. Carp, Musserts lijf jurist.
 
 
In deze brochure wordt duidelijk gemaakt hoe een nationaal socialistische Nederlandse staat in Musserts geest er uit zou hebben gezien: Een 'leiderstaat' zonder, zelfs de geringste mate van volksinvloed, met de 'beweging' als enig toegelaten partij, zonder politieke en geestelijke vrijheid, deelgenoot in een Germaanse Statenbond.
 
Nieuw/Oude Tijd.
De oude tijd was een individualistische wereld, de nieuwe daarentegen een sociale. In de oude wereld was de eigendom een onaantastbaar heilig recht van de individueele mens, de nieuwe wereld kent het individuele eigendomsrecht slechts als plicht tot zijn gebruik ten dienste der Volksgemeenschap. Tegenover het "ieder voor zich" als strijdroep der oude wereld heft den nieuwe den haren aan: "allen voor allen". Het is de geborgenheid van den individueelen mens in de gemeenschap, waartoe hij krachtens zijn wezen en natuurlijke gesteldheid behoort, in plaats van den eenzamen mensch, die alleen op zichzelf is aangewezen. De zorg der gemeenschap voor misdeelden en zwakken draagt niet het karakter van armenzorg of liefdadigheid, maar van een socialen rechtsplicht, op welks vervulling een aanspraak bestaat. In de nieuwe wereld worden recht en plicht van den mensch tot arbeid ten dienste van de gemeenschap erkend. Het ideaal der oude wereld was de bevrijding van de mens van het staatsgezag. In de nieuwe wereld staat een autoritaire regering in dienst van het volksgeheel, hier wordt de staat erkend als de voorwaarde voor de mogelijkheid van s'mensen vrijheid, die alleen in en door de vrijheid der volksgemeenschap, welke de staat dient, bestaat, zodat de staat de vrijheid van de mens niet beperkt, maar schept en verzekert. De gezagsverhoudingen was in de oude wereld veelal een uiterlijke betrekking van bevelen en gehoorzamen zonder innerlijke band, in de nieuwe wereld staan de gezagsverhoudingen uitsluitend in teken van trouw en vertrouwen van beide zijden. (Beginselen van nationaal-socialisme, door dr. J.H. Carp).
 
 
 
"Ik geeft toe dat NSB'ers niet tot het beste mensenslag behoren dan de rest van het Nederlandse volk. Daarom gaat het ons niet. Wij hopen dat zij goede elementen van het Nederlandse volk zijn. Maar de deugden die wij van hen eisen zijn: eenvoud, moed, openhartigheid en trouw. Wij noemen alleen hem nationaal-socialist, die bereid is deze deugden te ontwikkelen. En wij eisen juist dit, omdat dit de deugden zijn die vereist zullen worden om de nieuwe maatschappij op te bouwen. De eis Eenvoud betekent niet alleen, dat men niet verlangt naar een verdere opvoering van zijn stoffelijke behoeften, alhoewel ook dit van grote betekenis is. Het slaat ook op het geestelijk leven. Wanneer wij zeggen: weest eenvoudig, dan betekent dat in de grond: weest U zelf. Dat doen weliswaar de individualisten ook, maar zij denken dat men daardoor tot zeer uiteenlopende, van elkander volkomen verschillende persoonlijkheden zal geraken. Maar wij zeggen: wanneer Gij U zelf zijt, wanneer Gij al het gemaakte, van buitenaf opgedrongen van U afschrapt, dan zult Gij zien, hoezeer Gij allen op elkander lijkt. Want wij zijn immers allen aan elkander.....gebonden. Wij hebben hetzelfde bloed, wij zijn voor 99% bepaald door deze gebondheden. Wanneer het volk eenvoudig zal zijn, zal het gelijk zijn".
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Groen van Prinsterer, Dr. Kuyper en Mussert, door J.H.H. Wamelink. 'Open brief' van een christelijke arbeider, brochure.
 
Mussert werd nadrukkelijk in plaats van Colijn, Groen van Prinsterers erfgenaam genoemd. Over Groen van Prinsterer werd al vóór de oorlog, in 1935, van NSB zijde gesproken als 'wegbereider' van het nationaal socialisme. Het zat trouwens vooral vóór 1940 in de NSB lucht om zich nadrukkelijk christelijk te verklaren. Ook Abraham Kuyper werd als autoriteit aangehaald en vooral in verband met zijn anti-joodse en pro-Duitse uitlatingen grif geciteerd.
 
 
 
 
 
 
 
 
"Waar de zonde woont, is het gezag een zegen, vrijheid zonder gezag een vloek. Dit gezag is waarborg tegen de vrijheid van de bozen, om al wat hun goeddunkt te verrichten; waarborg ook voor de vrijheid van de welgezinden, om te doen, wat met plicht en recht overeenkomt". (Groen van Prinsterer, blz. 14).
 
 
Al waren de mensen die het democratisch systeem maakten wel karaktervast, dan nog was het beginsel van 'de meerderheid beslist' verkeerd. Arnold Meijer (Zwart Front) beriep zich hierbij op de negentiende eeuwse staatsman Groen van Prinsterer, die stelde dat het gezag er moest zijn om de mensen van de overlast der meerderheid te bevrijden.
 
 
 
 
 
 
 
Propaganda pamflet
 
Twee brochures van Freek de Jager, pseudoniem van Leendert Meuldijk.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
"Wij leven in een tijd, waarin twee werelden botsen. De eene wereld is die van het liberalisme, kapitalisme, marxisme; die wereld noemt men de democratische of nog meer op de man af gezegd, de joodsche. De andere is de nieuwe wereld die zich baan breekt door het oude heen, de wereld van fascisme, nationaal-socialisme, de wereld van de bewustwording op eigen waarde, de volksche wereld". (12 jaren van strijd voor het Nederlandsche volk)
 
 
"Mussert is tot een ware leider gegroeid omdat hij in alle opzichten zo vast verbonden was aan zijn eigen volk, omdat hij alle noden en behoeften en alle mogelijkheden van dat volk op ieder terrein, nationaal, socialistisch, cultureel en internationaal, had leren zien en begrijpen. Mussert is Leider geworden omdat hij zàg toen anderen zich blind staarden, omdat hij een weg uitstippelde toen anderen nog vertwijfeld liepen te zoeken. Omdat hij een daad stelde, toen anderen in werkloos geweeklaag en gepraat teneerlagen. Mussert is Leider geworden omdat hij, - en dat is nog veel belangrijker - de innerlijke kracht en geestelijke grootheid toonde te bezitten, om niet slechts het eigen werk, maar ook dat van de medewerkers te bezielen met een vast geloof in de roeping van het Nederlandse volk. Dezelfde veelzijdigheid die kenmerkend is voor zijn ingenieursloopbaan, wordt teruggevonden in de motieven die hem dwongen tot de stichting van de NSB, wordt ook teruggevonden in de geestelijke en feitelijke geschiedenis van de Beweging waarvoor hij negen jaar lang, tegen alle normen in, als Leider heeft gestaan".
 
 
Propaganda
 
'Hoofddoel der NSB is propaganda', luidde de belangrijkste instructie voor ieder NSB lid. 'Alles moet er op gericht zijn om zoveel mogelijk krachten en gelden hieraan te besteden'. De geldkraan werd wijd opengedraaid en een hele stroom krantjes, brochures, aanplakbiljetten, plakzegels en wat dies meer zij overspoelden het land. Opvallen en overtuigen, daar ging het om. Onder het motto 'Hoe mee wind tegen, hoe mooier Uw vlag uitwaait' trok men ten strijde om de tegenstanders voor zich te winnen.
 
 
Wat is, wil, doet de NSB.
 
In het vergaderpatroon van de NSB kunnen we een aantal propaganda-acties onderscheiden. In 1941 was er een beperkte actie onder het motto: 'Wat is, wil, doet de NSB'. Dit was dus de eerste propaganda actie. "De Beweging heeft in het Nederlandsche volk een zending te vervullen. Het nationaal en sociaal besef bij te brengen volgens het program, dat sedert de opstelling in december 1931 niet is gewijzigd".
 
 
 
 
 
 
 
 
Affiche afm: 89.5 cm x 119.5 cm.
 
 
 
 
Onze groet.
 
Voor velen is het een vraag hoe wij de Duitse kameraden de groet moeten brengen. Voorschrift is, dat onze groet "Hou Zee" is en de Duitse groet "Heil Hitler". Wij brengen dus de Dietsche groet.
 
Groet een Duitse ons met "Hou Zee", dan antwoorden wij op deze beleefdheid met een "Heil Hitler"
(Ontwakend Volk, slachtmaand 1941)
 
 
 
 
 
De Jeugdstorm kende ook een afdeling De Blauwvoet.
 
 
 
 
 
 
Hou Zee
 
De groet is op openbare vergadering in mei 1933 in IJmuiden ingevoerd door Van Geelkerken. Wellicht geïnspireerd door de zeelucht besloot Van Geelkerken de succesvollen bijeenkomst in IJmuiden met 'de groet van De Ruyter en Tromp'. Met gestrekte arm roept hij de stamvolle zaal toe: Hou Zee! De uitroep zou het symbool worden van het Nederland nationaal socialisme.
 
"De groet van Tromp en De Ruyter is uit ons volk en zijn volksaard voortgekomen en draagt de kenmerken in zich van onzen Nederlandschen geest. Uit de zee hebben onze voorvaderen ons land doen oprijzen. Op de zee hebben wij onze vlaggen doen waaien, hebben zij geestkracht en hun ondernemingslust doen blijken, hebben zij het imperium opgebouwd waarop het nageslacht nu nog trots mag zijn. Zee te houden wil zeggen, hun taak over te nemen en hun werk voort te zetten. Zee te houden betekent de aanvaarding van hun oogmerken, van hun geest voor ons persoonlijk leven, ook al stelt dat leven ons in dezen tijd met zijn geheel andere omstandigheden, ons ook heel andere eisen. Hou Zee! Het is de groet, de strijdkreet die ons, strijders voor hetzelfde Nederlandse ideaal verbindt. Het is ook de band van het roemrijke verleden van het Nederlandse volk met de toekomst die wij willen en zullen bouwen".
 
 
 
 
 
Dit bordje maakt deel uit van een 10 delige serie m.b.t. de Eerste Wereldoorlog.
Houdt moedig zee is een vermaning om ondanks de moeilijke oorlogsomstandigheden
de energie niet te laten verslappen.
 
 
 
Vliegt de Blauwvoet Storm op Zee!
 
"In betrekkelijk korte tijd is een jeugd beweging in Vlaanderen ontstaan, die gerust haar plaats in het Europees jeugd verbond kan innemen. Bezield met het jeugdvuur van hare idealen, bewust als zij is de jeugd te zijn van een volk met een groots verleden, dat ook weer in het Nieuwe Europa zijn taak wil aanvaarden, wil zij ook reeds nu zich mede inzetten voor de nieuwe orde. De heldhaftigsten uit hare scharen strijden reeds op het Oostfront en zij, die in Vlaanderen de harde kamp voeren, onder de beproefde en bezielende leiding van Dr. Lehembre hebben vorm en gestalte weten te geven aan de oude wekroep van de strijdvaardige Vlaamse jeugd: Vliegt de Blauwvoet! Storm op Zee! De Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen marcheert!
(Ontwakend Volk, Slachtmaand 1942).
 
 
 
Voor- en achterkant van een propaganda ansichtkaart.
 
 
Bijbehorende enveloppe
 
NSB leden kregen gratis een aantal propaganda kaarten en sluitzegels toegestuurd met de bedoeling de kaarten naar vrienden en kennissen te sturen. De sluitzegels konden op te versturen brieven worden geplakt.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
    
 
Sluitzegels en sigaar met NSB wikkel
 
 
De Nieuwe Mens
 
Het schilderij afgebeeld op de propagandakaart, stelt de heldenfiguur voor, overwinnaar van het rationalisme, dat anderhalve eeuw Europa als koning heeft geregeerd. Het schilderij dat in de werkkamer van Mussert heeft gehangen, werd in 1933 voor Mussert door de kunstenaar H. v.d. Velde vervaardigd.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Brochure tentoonstelling Herlevend Nederland.
 
Hierin wordt gesproken over de tentoonstelling van een gedeelte van de verzameling van H.L. Schuilenberg. Deze NSB'er was verzamelaar van al datgene wat de NSB voortbracht. Ook van de tegenstanders van de NSB verzamelde hij de kranten, tijdschriften, vlaggen enz. Om zijn verzameling ten toon te kunnen stellen zou een wandoppervlakte nodig zijn geweest van 3 meter hoog en 2 kilometer lang. Zijn verzameling bevatte o.a. het fascistenhemd met zwarte en oranje kwastjes dat toebehoord had aan Erich Wichman, de kussensloop van mevrouw Mussert uit de tijd dat ze in de 'Krententuin' in Hoorn geïnterneerd was geweest (1940), voorzien van handtekeningen van lotgenoten, scheldbrieven van Max Blokzijl en de dodenmaskers van 'helden' als Peter Ton en Hendrik Koot. Het Nationaal Socialistisch museum stond in Utrecht. Na de paniek van Dolle Dinsdag verhuisde het museum naar Denekamp. Daar is de collectie spoorloos verdwenen.
 
 
 
 
 
 
 
 
     
 
 
Sluitzegel en twee V speldjes
 
 
 
 
 
 
     
 
Filmboekje, de V van Viktoria
Er werd een klein boekje uitgegeven, afm. 8,5 x 6 cm met de V van Victory als onderwerp. Door de bladen van het boekje snel te laten springen, krijg je een tekenfilm effect.
 
Churchil zit aan de kust en ziet aan de horizon de V, de victory opkomen. Maar het is de Duitse V van Viktoria dat zijn dood wordt, de ondergang van Engeland.
V - Actie
 
De V - Actie was een uitvinding van de Waalse sectie van de BBC, die er al op 14 januari 1941 mee begon. De Vlaamse collega's namen het in februari over en in april/mei is de propaganda voor de V ook naar Nederand overgewaaid. Pas op 27 juni werd het V-morse teken gebruikt, waarbij de befaamde morse- paukenslag is voortgekomen die de BBC tot eind 1972 als pauzeteken voor de buitenlandse uitzendingen heeft gehandhaafd. Kort daarna ontdekte een Fransman die bij de BBC werkte, dat het morse teken voor de V overeenkwam met de beginmaten van Beethovens vijde (V-e!) symfonie.
 
Op 17 juli 1941 nam Dr. Paul Joseph Goebbels, de Duitse minister van propaganda, de actie doodgewoon over en al heel spoedig daarna kon men zich op elk daarvoor lenend gebouw of monument de slogan "V=Victorie, want Duitschland wint voor Europa op alle fronten!" zien prijken. Het initiatief werd de Engelsen geheel uit handen geslagen. Op die donderdag 17 juli begon de Nederlandsche Omroep met de eerste grote propaganda actie voor het nationaal socialisme en voor de Duitse overwinning. Zondag 20 juli wordt de Duitse actie pas op grootscheepse wijze ingezet: duizenden spandoeken en plakkaten schreeuwen het de Nederlander toe en de omroep herhaalt het ettelijke keren per dag: Duitsland wint op alle fronten. Op zondag de 20e werd bij de Nederlandsche Omroep een nieuw pauze teken gelanceerd, ontleend aan het soldatenlied Gloria, Gloria, Gloria Viktoria, dat daarna geregeld in de plaats kwam van het bestaande pauzeteken, dat overigens aan het ook niet geringe vaderlandse lied; 'Ferme jongens, stoere knapen, was ontleend. In de derde week van augustus werd zelfs een heel Viktorialied met grote regelmaat uitgezonden, dat door Louis Schmidt was geschreven en door Eddy Noordijk van muziek voorzien. De hele actie die, 'Abteilung Rundfunk veranlasst hat', heeft tot 7 september 1941 geduurd.
 
 
 
      
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hier heerscht de Engelsche Ziekte
 
Een ludieke actie van de NSB in Utrecht was het plakken van pamfletten met de tekst: "Hier heerscht de Engelsche Ziekte" op ramen en deuren van Nederlanders die anti-NSB waren of waarvan men wist dat ze naar een Engelse zender luisterden.
 
 
 
 
Eind dertiger jaren was de slogan ook al "Mussert wint"
 
 
 
 
Mussert wint
 
In 1941 werd een propagandacyclus vervaardigd onder het motto 'Mussert wint'. Zo werden er o.a. vier filmpjes geproduceerd, die elk één der leuzen toelichtten en verklaarden. In samenhang met deze films werden tezelfdertijd allerlei andere media benut. Stooibrieven, straatschilderijen, radiopraatjes, redevoeringen, lantaarnplaatjes - in de bioscopen - affiches en kleine plakbrieven voerden gelijkluidende leuzen. De actie vond van 1 november tot 24 december plaats.
 
De vier leuzen waren:
 
1. 'Met Duitschland tegen het bolsjewisme'. (1 tot 15 november) In Radio uitzendingen wordt het hele scala van de houding van het bolsjewisme tegenover kerk, boeren, arbeiders, intellectuelen, joden, vrouwen en gezin aan de orde gesteld in alle denkbare radiovormen. Een tweede propaganda actie tegen het bolsjewistische gevaar bereikte in 1943 zijn hoogte punt. Het goddeloze bolsjewisme was de grootste bedreiging voor Europa, voor de westerse beschaving. Sinds de inval in Rusland in 1941 kwam deze strijd in bijna iedere NSB samenkomst ter sprake.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
2. 'Met Duitschland tegen het kapitalisme'. (15 tot 29 november). De tweede serie die tussen 15 en 29 november 1941 op de radio werd uitgezonden, bestonden uit drie-minuten-dialoogjes, die in muziekprogramma's werden ingelast.
 
3. 'Met Duitschland voor een Nieuw Europa'. (29 november tot 13 december).
 
 
 
 
 
4. 'Met Duitschland voor een vrij Nederland'. (13 december tot 24 december 1941). De richtlijnen voor deze serie waren: a. De bevrijding van Nederland van het joodse kapitalisme en bolsjewisme. b. Het herwinnen van onze staatkundige vrijheid. c. De van Duitse zijde verkregen verklaring, dat een ieder, die een politiek nastreeft leidend tot aansluiting bij Duitsland, in strijd handelt met de uitdrukkelijke wil van den Führer.
 
 
Werk en Winst
 
Na het succes van de actie Mussert wint besloot de Afdeling Propaganda van de NSB begin 1942 om zo snel mogelijk weer een dergelijke actie te voeren. Deze nieuwe propaganda-actie werd Werk en Winst genoemd. Volgens het hoofd van de Dienst Schriftelijke Propaganda van de NSB draaide deze actie om de volgende twee thema's:
 
1. Wat Nederland voor Europa kan betekenen en wat het Nederlandse volk zich in het Nieuwe Europa kan verschaffen (Macht-Veiligheid-Arbeid-Welvaart).
2. Wat het Nieuwe Europa zal kunnen betekenen voor de Nederlandse boeren, vissers, arbeiders, scheepsbouwers, kunstenaars enz. Kortom voor elke Nederlanders.
 
 
    
 
 
Orde, Toekomst, Victorie.
 
Het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) bracht in 1941 en 1942 een aantal kranten uit, welke in een oplage van miljoenen gratis werden verspreid. De inhoud van deze bladen was van de eerste tot de laatste bladzijde pro-Duits. Lang niet alle kranten kwamen op de bestemde plaats. Veel P.T.T. ambtenaren werkten pakketten van het propagandamateriaal weg.
 
Orde.
Hierin werd getracht het Nederlandse volk te bewegen tot deelname aan de strijd tegen het bolsjewisme. Met gruwelprenten werd gespeculeerd op de angst van de Nederlanders voor het Russische communisme.
 
Toekomst.
Gewijd aan de toekomst van de Nederlandse werkers.
 
Victorie.
Een blad gewijd aan de Duitse overwinningen.
 
 
 
 
 
 
 
De Gil, een quasi illegale blad, dat zich fel afzetten tegen de NSB en zich daarom bij het grote publiek in een warme belangstelling mocht verheugen. Aan dit blad werkte ook de zoon van generaal Seyffardt mee. Het blad maakte geraffineerd propaganda voor de Duitsers.
 
Het was een satirisch nationaal socialistisch blad. Hierin werd de term Dolle Dinsdag geintroduceerd.
 
 
Dolle Dinsdag
 
Na de April-Mei staking van 1943 voerde de Hauptabteilung Volksaufklärung und Propaganda een nieuwe vorm van propaganda in dat gekenmerkt wordt als 'subversieve acties'. De nieuwe activiteiten van de Hauptabteilung vielen in twee soorten uiteen, maar hadden beiden hetzelfde doel, namelijk verwarring stichten onder de pro-geaillieerde bevolking en een element van onzekerheid te brengen in de anti-Duitse gevoelens. Tot de eerste categorie behoorde de verspreiding van duizenden kunstig nagemaakte illegale bladen, waaronde Trouw, De Waarheid en Ons Volk. De nabootsing was zeer geraffineerd en het geheel maakte de indruk van een echt ondergronds blad. De Duitsers namen als voorbeeld een kort daarvoor verschenen nummer van één van de genoemde bladen, lieten het in het concentratiekamp Vught door gearresteerde drukkers opnieuw zetten en wijzigden de tekst op sommige plaatsen zodanig, dat deze in plaats van anti-Duitse een anti-geallieerde strekking kreeg of zonder meer defaitistische tendensen droeg. Een tweede vorm van deze inversie in de nazi-propaganda bestond uit de publicatie door de Hauptabteilung van een aantal brochures en het blad De Gil. Deze publicaties waren 'legaal', d.w.z. zij werden openlijk verspreid of te koop aangeboden via de normale handel. Bij dit soort publicaties waren het de titels en de opschriften, die verwarring moesten wekken.
 
 
De Gil was een weekblad dat geënt was op dezelfde formule als de 'Zender van het bevrijde zuiden' (De Gilclub), namenlijk mensen pakken met anti-Duitse opmerkingen, maar die verpakken in nationaal-socialistische propaganda. Het blad was vooral anti-NSB, maar dat moet dan wel in het kader worden geplaatst van de 'anti'-Duitsheid van de NSB; beide groeperingen immers waren nationaal-socialistisch. Vooral na Dolle Dinsdag was er natuurlijk in nationaal-socialistische kringen aanleiding genoeg om deze tegenstelling aan te scherpen. Voor de gemiddelde Nederlander, die NSB'ers en moffen één pot nat vond, was een blad als De Gil heel verwarrend. Het sloeg geweldig in en had na september een oplaag van 150000 à 200000 exemplaren per week. Maar het was ook verwarrend voor de Duitsers zelf. Zo kon het gebeuren, dat studenten een imitatie-Gil konden maken en verspreiden in de gewone kiosken met anti-Duitse propaganda zonder dubbele bodem. Voordat de Duitsers er achter kwamen dat het hier om een echt illegaal blad ging, was de oplaag uitverkocht.
 
Van het blad De Gil verschenen tussen eind 1943 en midden september 1944 veertien nummers. Dit blad bracht met grote koppen allerleid nieuws over de komende invasie en bevrijding, over de aanstaande 'Bijltjesdag' en de hopeloze Duitse militaire situatie. In de artikelen zelf werden deze onderwerpen zogenaamd serieus besproken, maar in werkelijkheid belachelijk gemaakt. Ook werd in het blad getracht een angstpsychose te wekken voor een naoorlogse terreur van het 'bolsjewisme'.
 
 
 
 
 
 
 
 
Zeg, weet je 't al?
De bezetter trachtte onze hunkering naar een invasie te verzuren
door het huis aan huis verspreide boekje 'Zeg, weet je 't al?'
Hierin stonden onheilsvoorspellingen in de vorm van een
stripverhaal om zo te proberen onze vreugdevolle verwachting
van de komende invasie te temperen.
 
Deze brochure was een eenmalige gratis bijlage van het blad De Gil,
die op 27 juni 1944 door de PTT aan huis werd bezorgd.
De bevolking kreeg te horen (en te zien) dat  het er niet
beter op zou worden, als de geallieerden zouden trachten
Nederland te bevrijden.
 
 
 
Het Tweede Front.
 
Na de val van Stalingrad op 30 januari 1943 wordt de anti-bolsjewistische propaganda des te feller ingezet. Deze propaganda moest intensief gevoerd worden, waarbij er dan ook op moest worden gewezen, dat de gevolgen van het 'Tweede Front' (een geallieerde landing in West Europa) 'voor Nederland catastrofaal zou zijn'.
 
Het boekje "Hoera! Het "Tweede Front" Hoera!" is net als het boekje "Zeg, weet je 't al?" een stripverhaaltje waarin de catastrofe van een invasie wordt uitgebeeld.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Een door Mussert gesigneerde fotokaart,
Gramsbergen 6 juni '44.
 
 
 
Op dinsdag 6 juni 1944, de dag van de invasie, bezocht Mussert enige groepen van Kring Noord Overijssel. Zo bezocht hij achtereenvolgens de plaatsen: Nieuw Leusen, Dedemsvaart, Slagharen, Gramsbergen, Hardenberg, Kloosterhaar, Vroomshoop en Ommen.
 
In zijn betogen gaf Mussert als zijn vaste overtuiging te kennen, dat de geallieerden vroeg of laat uit Europa zouden worden gedreven. Op deze had hij onmiddelijk namens de gehele beweging een telegram van oprechte trouw aan de Führer gezonden.
 
In Gramsbergen had zich voor het huis van de groepsleider de functionarissen alsmede de kameraden van het NSKK, de Arbeidsdienst en de Jeugdstorm opgesteld. De samenkomst vond plaats, de traditie van deze dag getrouw, plaats in de schuur.
 
'Na enkele ogenblikken genoeglijk temidden zijner kameraden te hebben vertoefd en aan enkele oud-strijders een getekend portret te hebben aangeboden was het voor de leider weer tijd om verder te trekken.'
Bron: Volk en Vaderland, 9 juni 1944.
 
 
 
 
 
 
Het einde.
 
De propaganda ten spijt, geloofden weinig NSB'ers tegen het einde van 1944 nog dat de beweging zich in Nederland zou kunnen handhaven. Op 5 september 1944 begint een geweldige chaotische massavlucht van NSB'ers, waaraan niet alleen vrouwen en kinderen, maar ook mannen deelnemen. Op en na Dolle Dinsdag heeft de Rijkscommissaris een groot geldbedrag ter beschikking gesteld om de evacuatie te financieren. Lange treinen brengen 30.000 tot 40.000 NSB'ers naar het oosten van het land en naar Duitsland, waar de vluchtelingen aan de grens door leden van de 'Nederlandsche Germaansche SS in Duitschland' worden opgevangen. Dit zijn mannen die veelal slechts gebroken Nederlands spreken; zij dragen het zwarte SS uniform met daaronder een bruin SA hemd. De voortvluchtige mannelijke NSB leden worden door de Landwacht aan hun verplichtingen tegenover de 'beweging' herinnerd. De NSB'ers die in Duitsland binnenkwamen, werden in eerste instantie naar de Luneburger heide gebracht. NSB'ers werden na Dolle Dinsdag daarom ook wel "Luneburgers" of "Labbekakken" genoemd.
 
Begin februari 1945 kwamen grote groepen moeders met kinderen van NSB gezinnen, de Lüneburgers, per trein terug in Nederland. Ze waren uitgehongerd en vervuild. Hier werden ze medisch onderzocht, ontluisd en geregistreerd. Vervolgens werden de vrouwen en kinderen in verschillende gemeenten bij vooral landbouwers ondergebracht. Verantwoordelijk voor dit werk waren de gemeenten, de politie assisteerde hierbij.
 
Afbeelding:
Een NSB'er krijgt van Duitse zijde toestemming om naar Duitsland af te mogen reizen. Hij moet zich dan melden in het "Auffangslager Meppen" van het N.S.V.
 
 
 
 
 
 
 
Zuivering
 
Na de bevrijding kon de zuivering, de grote schoonmaak beginnen. Dit werd symbolisch uitgebeeld in een Delfts blauw bordje met de tekst: "mei-1945 Zuivering begonnen".
 
Nederland moest schoongeveegd worden van NSB'ers en andere landverraderlijke elementen. Nederlanders die zich tijdens de oorlog op de achtergrond hadden gehouden riepen nu het hardst om vergelding en de doodstraf voor de kopstukken. Nu de oorlog was afgelopen wierpen velen zich op als verzetshelden die af zouden rekenen met dat tuig.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Na de bevrijding was het zaak om niet voor een foute Nederlander, zeg maar NSB'er, aangezien te worden. Daarom gaf de Politieke Opsporingsdienst verklaringen af waarin stond dat de persoon in kwestie, 'tot dusverre' politiek betrouwbaar was. Men hield dus nog even een slag om de arm door te spreken van 'tot dusverre'.
 
 
 
 
De verklaring hiernaast was geldig van 18 mei 1945 tot 1 juli 1945.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Zuivering en illegaliteit
Een stem uit de illegale wereld
 
"Onder zuivering wordt verstaan de uitstoting van niet-zuivere elementen uit onze samenleving. Een onzuiver element wordt gevormd door ieder lid van deze samenleving, die bewust het ongerepte voortbestaan van het eigen volk in gevaar brengt of gebracht heeft. Een ieder, die op deze wijze zijn geestelijke of lichamelijke energie in dienst van de vijand heeft gesteld  - hetgeen dus inhoud, dat hij met dezen tegen zijn eigen volk heeft samengespannen - behoort niet langer daarin thuis".
 
 
April 1945
 
 
 
Ledenregister NSB Amsterdam
 
Naar het schijnt is de administratie van de NSB grotendeels verloren gegaan, c.q. vernietigd. De afdeling "Documentatie van de Politieke Opsporingsdienst" te Amsterdam kwam echter in 1945 in het bezit van een deel van de administratie van de plaatselijke leiding van de NSB.
 
Hierin bevond zich een verzameling van ongeveer 15.000 enquete formulieren met daarop gegevens van alle bij de NSB te Amsterdam op enig moment aangesloten leden. Deze gegevens waren bedoeld voor het hoofdkwartier te Utrecht.
 
De gegevens, d.w.z. naam, geboortedatum en het adres werden opgenomen in het hiernaast afgebeelde ledenregister. Hierin staan ook gegevens van leden die waren verhuisd, overleden, hadden bedankt, ontslagen, etc.; ook nu weer met het (nieuwe) adres, zo zijn er b.v. een flink aantal naar Duistland vertrokken.
 
Stamboeknummers staan er echter niet in.
 
 
 
In de stad Groningen werden direct na de bevrijding NSB'ers uit huis gehaald, door de straten gevoerd, bij elkaar gebracht en tot slot overgebracht naar een verzamelplaats.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Pasje van een medewerker van de Politieke Opsporingsdienst,
in het Engels heette het: Secret Detective Service.
 
 
Links:
Handleiding voor Politieke Opsporingsambtenaren
NSB'ers, landwachters, SS'ers, NSKK'ers etc. mochten hun straf niet ontlopen.
Onder:
Twee lijsten met daarop de namen van gevangen genomen NSB'ers. De lijsten zijn opgemaakt door de Binnenlandse Strijdkrachten. De afgebeelde lijsten zijn verzonden aan de directeur van het postkantoor te Sappemeer.
 
   
 
Boven:
Enige tijd later was het niet de Binnenlandse Strijdkrachten die lijsten verstuurde, maar de Politieke Opsporingsdienst.
 
 
 
 
Vijandelijke onderdanen.
 
Nederland had niet alleen te maken met 'foute Nederlanders', maar ook met 'vijandelijke onderdanen'.
 
Onder 'vijandelijke onderdanen' worden verstaan:
 
a. Onderdanen van een vijandelijke Staat;
 
b. Natuurlijke personen gevestigd in vijandelijk gebied, van wie niet blijkt, dat zij Nederlandse onderdanen of onderdanen van een niet-vijandelijke Staat zijn;
 
c. Rechtspersonen.
  • die gevestigd zijn of wier zaak of bedrijf gevestigd is in vijandelijk gebied, met uitzondering van het door de vijand bezette gebied van het Koninkrijk;
  • die opgericht zijn of bestaan volgens of beheerst worden door het recht van een vijandelijke Staat; of wel;
  • waarbij overwegend belangen betrokken zijn van een vijandelijke Staat of van vijandelijke onderdanen;
 
d. Personen die van Onzentwege tot vijandelijke onderdanen verklaard zijn.
 
April 1946
 
 
 
 
Namenlijst met adressen van 'vijandelijke onderdanen'
 
 
 
 
 
 
 
Op bovenstaand plakkaat (afm. 88 x 57 cm) staan instructies (consignes) voor de meer dan 25 wachtposten in kamp Vught.
 
Verschillende posten kregen de instructie om bij een vluchtpoging de gevangene neer te schieten.
 
De commandant van het kamp was kapitein J.W.R. Brueren van het IIIe Bat. Reg. Stoottroepen.
 
Bewarings- en Verblijfskampen
 
Naar ruwe schatting kan, volgens opgave van het Militair Gezag het aantal arrestanten gesteld worden op ruim 100.000, die allen voor langere of kortere tijd in kampen moesten worden ondergebracht. De algemene leiding van de kampen berustte bij het M.G. dat de bewaking, die in de meeste gevallen aanvankelijk door de B.S. geschiedde, gescheiden hield van het intern beheer. Na de opheffing der B.S. werd de bewaking overgenomen door de Gezagstroepen, die onder de Territoriaal Bevelhebber Nederland (TBN) ressorteerden. (De B.S., deel 1, blz. 527).
 
Het hoogst aantal gedetineerden werd bereikt op 15 oktober 1945, toen de kampbevolking een sterkte van 96.044 personen (72.321 mannen en 23.723 vrouwen) vertoonde. Aangenomen mag worden, dat het aantal verrichte arrestaties overigens 120 tot 150.000 heeft bedragen. (Verslag Stichting Toezicht Politieke Delinquenten, blz. 10).
 
Men onderschatte de omvang van de politiek ontrouw geweest zijnde groep der bevolking niet. Naast de ca. 150.000 personen, die kortere of langere tijd van hun vrijheid beroofd zijn geweest of nog zijn en die met meeberekening van hun gezinsleden naar een conservatieve schatting het dubbele bedraagt, zijn er de uitgezuiverden en hun gezinnen, de talrijke niet-gearresteerden, doch wel, met PRA (Politieke Recherche Afdeling) of Procureur-Fiscaal geconfronteerden. (tot op 1 januari 1948 waren door de P.R.A.'s 451.735 dossiers aangelegd).
 
En zo werden dan jong en oud, man en vrouw, profiteurs naast misleiden, idealisten naast weergaloze schavuiten opeengehoopt in allerhande voor de tenuitvoerlegging van de bewaring veelal totaal ongeschikte gebouwen en kampementen. Met de bezittingen van de gearresteerden werd op de meest willekeurige wijze omgesprongen. Een bijltjesdag, zoals sommigen die zich tijdens de bezetting hebben voorgesteld, is ons gelukkig bespaard gebleven, doch een materiële bijltjesdag is door het gehele land gevierd. Vele Nederlanders waanden zich één dag een soort Lodewijk XV en redeneerden "Na mij de rechtsstaat".
 
Wat met een weidse naam als bewaringskamp werd aangeduid, was niet meer dan een oude school, een uitgeleefde fabriek, een boerenschuur, forten, gestichten of leegstaande fabriekshallen. Op sanitair, slaapgelegenheid en hygiëne werd niet gelet. (Landverraad, blz. 49).
 
In de eerste zes maanden na de bevrijding stierven volgens officiële opgave in de kampen 357 geïnterneerden: 327 mannen en 30 vrouwen. Alleen al in het kamp De Vergulde Hand in Vlaardingen overleden in de periode mei tot november 36 mannen en 1 vrouw. (Landverraad, blz. 53).
 
In totaal stierven in de bewaringskampen in de periode januari 1945 (het zuiden) tot 24 augustus 1947, 622 mannen en vrouwen. In de periode daarna tot oktober 1948 stierven er nog eens 39. Ouderdom en algehele verzwakking waren vaak de doodsoorzaak. (Landverraad, blz. 74, 75).
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De mensen van de Binnenlandse Strijdkrachten die in eerste instantie als bewaker werden aangesteld, zorgden voor veel problemen. Het waren niet de verwachte ervaren verzetsmensen, maar ongeschoolde jonge mannen die pas na de bevrijding tot de BS waren toegetreden en van wie, 'de intelligentie niet erg groot was'. De bewakers dachten boven de wet te staan en hebben zich in die zin vaak misdragen, mishandeld en erger. Bijna altijd werden ze vrijgesteld van berechting.
 
Hiernaast:
Legitimatiebewijs van een bewaker in het Bewarings en Verblijfskamp "Honswijk".
 
 
 
 
 
 
 
 
Twee tegeltjes, huisvlijt, uit interneringskamp Duindorp te Scheveningen.
Duindorp was een wijk in Scheveningen dat tegen het eind van de oorlog leeg stond.
Met prikkeldraad er om heen werd het een kamp voor NSB'ers.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Uitzicht. "Weekblad voor de Bewarings- en Interneeringskampen".
 
"U uitzicht geven, voorbij de omheining van barak en kamp, op de werkelijkheid, zoals die zich in de huidige, door een afschuwelijken oorlog geschonden wereld voordoet, is de bedoeling van dit weekblad. Daarnaast zal dit blad uitzicht moeten verleenen op Uw eigen positie en toekomst, voorlichting geven over de feiten die binnen de typische belangensfeer liggen van den politieke geïnterneerde. Het is ons voornemen, om U in de vele en moeilijke problemen, die zich op het gebied der Bijzondere Rechtspleging voordoen, in een reeks uiteenzettingen eenige klaarheid te verschaffen. Tenslotten zullen wij de stem der kerken tot U laten spreken, terwijl wat gepaste ontspanning aan het geheel de krullen zal moeten geven, die ook het meest sobere bestaan niet mag ontberen."
 
De technische uitvoering van dit blad geschiedde door gedetineerden. Uitzicht werd uitgegeven met medewerking van de "Stichting Politieke Delinquenten", met toestemming van de Directeur Generaal voor Bijzondere Rechtspleging.
 
Het eerste nummer werd uitgegeven op 30 maart 1946. Het werd gedrukt op de persen van het Bewarings- en Interneringskamp Vught.
 
 
 
 
 
 
 
Toezicht
Tijdschrift voor en door medewerkers van de Stichting Toezicht Politieke Delinquenten.
 
Deze instelling was in augustus 1945 opgericht door de Nijmeegse hoogleraar prof. Dr. F.J.F.M. Duynstee, die met lede ogen zag hoe sterk de neiging was om de politieke delinquenten en hun gezinsleden, als onze samenleving onwaardig, volledig uit te sluiten. Direkteur werd mr. J. Le Poole. De Stichting hield zich bezig met het opvangen van ex NSB'ers. De STPD is per 1 januari 1950 opgeheven. Het werk werd door de reclassering en het Ministerie van Justitie overgenomen. Eind 1950 was ook deze ondertoezichtstelling beeindigd.
 
 
  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ansichtkaart van de ingang van kamp Pieterberg.
 
Kamp Pieterberg lag bij Westerbork. Tijdens de oorlog waren hier leden van de Arbeidsdienst gehuisvest. Na de oorlog diende het enig tijd als strafkamp voor NSB'ers.
 
Niet te verwarren met kamp Westerbork, dat lag aan de andere kant van Westerbork.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Embleem Militair Gezag
Justitieele dienst
 
Bewaking Bewarings- en Verblijfskampen
 
  
 
 
Documenten van een fabrikant die tot 15 december 1945 heeft vastgezeten in kamp "Fourier" te Harderwijk en nadien nog een dikke maand huisarrest kreeg opgelegd in zijn fabriek. Blijkbaar een licht geval.
 
Van links naar rechts: Vrijlating uit kamp Fourier; Huisarrest; Vergunning voor een bezoek aan een oogarts.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hiernaast:
Bericht dat het huisarrest is opgeheven. Eerst op een kladje, de tweede officieel.
  
 
 
 
 
 
Persoonsbewijs en ontslagbewijs van het Bewarings- en Verblijfskamp "Sondel" (Friesland) van een persoon die werkzaam was als controleur bij de Nederlandse Volksdienst.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Vergunning om het interneringskamp "Carel Coenraad" te betreden.
 
Daarnaast een krantenartikel over het interneringskamp. Hier werden de geinterneerden namelijk aan de ketting gelegd die dan, net als in de middeleeuwen, ook nog eens werden verzwaard.
 
 
 
 
 
 
De volgende documenten zijn van een politieke delinquent.
 
vlnr
Proces-Verbaal van aanhouding en in bewaringstelling, 2 mei 1945.
Proces-Verbaal, 23 november 1945 !
 
De in bewaring gestelde wordt verdacht van Lidmaatschap N.S.B. en Landwacht.
 
  
 
 
 
 
Voorlichtingsrapport, 12 september 1947.
Hierin staat dat de geinterneerde een rustige indruk maakt, een man is van weinig problemen, zonder hooggaande principes. Hoewel van gezond verstand laat hij zich gemakkelijk beinvloeden. Hij wordt betrouwbaar genoemd wat zou blijken uit het feit dat hij aangesteld is als kampwacht!
 
Uit het kaartsysteem
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
vlnr
 
Bij Koninklijk Besluit van 27 september 1949 no. 30 is gratie verleend, n.l. voorwaardelijke kwijtschelding van het strafrestant op 15 oktober 1949.
 
Bericht van de Rijkswerkinrichting "Esserheem" aan de Stichting Toezicht Politieke Delinquenten dat aan de Stichting een postwissel is verzonden voor een bedrag van 30 gulden zijnde de uitgaanskas van gedetineerde, 14 oktober 1949.
 
 
Beheersinstituut
 
Alle bezittingen van vijandelijke onderdanen vervielen na de bevrijding aan de staat. J.R. Carp (NSB) had zijn vermogen aan roerende goederen bij notarieele akte, op 15 september 1944, bij familie ondergebracht. Het Beheersinstituut, dat de bezittingen zou verdelen onder de slachtoffers van bombardementen, beschietingen e.d. is daar achter gekomen en heeft alsnog beslag gelegd op zijn vermogen.
 
"Deze gelegaliseerde organisatie voor het stelen, plunderen, uitbuiten van aan gearresteerden behorende goederen, was dikwijls oorzaak van de gevangenschap van gedetineerden". (Kampmistanden 1944-1952, blz. 38, 39).
 
 
 
Links:
Leidraad voor de toepassing van het Besluit Herstel Rechtsverkeer en het Besluit Vijandelijk Vermogen door het Nederlandsche Beheersinstituut.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hiernaast:
 
Algemeene instructie voor beheerders inzonderheid voor die van bedrijven van het militair commisariaat voor het rechtsherstel.
 
"Krachtens art. 35 van het Besluit Vijandelijk Vermogen E 133 kunnen door het "Beheersinstituut" worden aangesteld personen, die onder toezicht van dat instituut zullen optreden als contrôleurs, beheerder of vereffenaars van handelszaken en bedrijven van een vijandelijke staat, van een vijandelijken onderdaan of een persoon als bedoeld in art. 6 lid 1 van dat Besluit."
 
Daarnaast:
Document van het Beheersinstituut waarin wordt medegedeeld dat een directeur uit Zaandam wordt aangesteld als beheerder over het privé vermogen van een politieke delinquent.
 
 
 
boven:
 
Brief van het Beheersinstituut aan de Commissaris van Politie te Maastricht. Er werd gevraagd om inlichtingen over een familie in die plaats.
 
 
Rechts:
Brief van het Beheersinstituut aan de directie van de Koninklijke Hollandse Lloyd. Het instituut deed de Kon. Hollandse Lloyd 11 messen toekomen die blijkens het ingegraveerde monogram eigendom van het bedrijf zijn. De vorken werden aangetroffen in een partij artikelen van onbekende herkomst, afkomstig van politieke delinquenten.