NSB

Nationaal Socialist

Propaganda

WA - SS

Jeugdstorm

WHN - NVD

Arbeidsdienst

Dwangarbeid

Dagelijks leven

Distributie

Joden

Luchtbeschermingsdienst

Persoonsbewijs

Nederland paraat

Oranje/verzet

Nationalisme/fascisme

WEERAFDELING
 
 
 
  
Schouderstukken
 
 
  Mouwembleem
 
 
 
 
 
 
Mussert: "De W.A. is opgericht in 1932 met geen andere bedoeling dan een voorbeeld te zijn voor de weerbaarheidsgedacht van ons volk. Sinds 1920 was de weerbaarheidsgehalte van ons volk systematisch ondermijnd, eerst door de leuze "Nooit meer oorlog", daarna door die van "geen man en geen cent" en "Indië los van Holland". Voor Indië kon geen vloot gebouwd worden, voor Nederland achtte men een "grenswacht" of een bescheiden "volkenbondcontingent" voldoende. De wil tot verdediging van het Vaderland met alle krachten, welke men kon mobiliseren, werd verlamd. Om deze verderfelijke tendens te keren was een Beweging nodig, voortkomend uit de brede massa van het volk, welke duidelijk in het licht zou stellen, dat het Vaderland niet alleen toebehoorde aan de bezittende klasse, maar tenminste evenzeer aan de arbeiders van hoog tot laag, die het Vaderland in stand hielden. In het program van de NSB van 1931 is de weerloosheid veroordeeld in deze uitspraak, dat het in deze wereld beter is een egel te zijn dan een konijntje. De weerbaarheidsgedachte te versterken, de wil tot dienen van het Vaderland te vergroten, ziedaar een stuk van de nationale gedachte, welke door de oprichting van de NSB tot uiting is gebracht. Dit deel van het program van de NSB zou in de daad worden omgezet, door de jongere mannelijke leden van de NSB te leren, dat het dienen ereplicht is, welke met vreugde vervuld moet worden. De weerbaarheid door middelen van wapenen moest natuurlijk geheel voorbehouden blijven aan de staat. Het lichamelijk weerbaar zijn, de orde, tucht en discipline in de gelederen van de NSB zou dan tevens dienen om onze politieke tegenstanders van uiterst links te weerhouden van de zo geliefde pogingen om door middel van geweld onze bijeenkomsten onmogelijk te maken of te doen "springen".
 
 
 
In augustus 1941 kwam er voor mannelijke NSB'ers van achttien tot veertig jaar zelfs de dienstplicht voor de W.A. Zij dienden daarvoor wel een mediche keuring te ondergaan. De beoogde toename  van W.A.'ers slaagde niet helemaal; velen weigerden om toe te treden.
 
Organisatie
Een ban van de W.A. stond onder bevel van een banleider, onderbanleider of opperhopman en bestond uit een staf en 3 of 4 vendels. Elk vendel bestond uit een vast aantal W.A.'ers (tijdens de oorlog ongeveer 120 man). Elk vendel had een eigen Stormvlag of Vendelvlag met daarop het stedelijk, gewestelijk of provinciaal wapen. Een vendel stond onder bevel van een opperhopman, hopman of opperkompaan en bestond uit twee groepen. Een groep stond onder bevel van een opperkompaan of kompaan en bestond uit twee scharen. Een schaar bestond uit twee wachten, waarvan de één onder bevel van stond van een vaandrig (tevens schaarcommandant), de ander onder een opperwachtmeester of wachtmeester. Tot een wacht behoorden voorts negen weermannen, waarvan eentje de rang van konstabel kon hebben.
 
Links: Men kon ook begunstiger worden van de W.A.
 
 
Vendel "Overste Mussert"
 
 
Luitenant-kolonel, J.A. Mussert, broer van Anton Mussert, was commandant van het Korps Pontonniers en Torpedisten te Dordrecht. Op 14 mei 1940 heeft hij zich met zijn staf terug moeten trekken op de plaats Sliedrecht, toen plotseling twee officieren zijn bureau binnenstormden. Zij beschuldigden hem van verraad, waartegen de Overste zich met verontwaardiging verzette. Eén van de officieren, een zekere Kruithof, heeft toen met vier revolverschoten de Luitenant-Kolonel doodgeschoten.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Mouwband "Overste Mussert",  40 x 3,5 cm.
 
 
 
 
 
J. Hogewind was belast met de organisatie van de W.A. en J.J. van der Hout werd vormingsleider. In 1940 werd J.A. Zondervan commandant.
 
Op 16 juni 1945 werd J.A. Zondervan gearresteerd. Vermomd als obergefreiter Albert Lütter was hij in het krijgsgevangenenkamp te Beerta aangekomen om van daaruit naar Duitsland te worden getransporteerd. Een Nederlandse SS'er herkende en verraadde hem.
 
 
 
 
Uniformen
 
Het dragen van zwarte uniformen, dito rijbroeken en koppelriemen werd vanaf begin 1933 mode in de NSB, terwijl voor de W.A. reeds een volledig zwart uniform ontworpen werd. De keuze van zwart i.p.v. bruin der nazi's mag niet uitgelegd worden als een uiting van voorkeur voor het Italiaanse boven boven de Duitse zusterbeweging. Beide waren Mussert in die tijd even lief. Men vond zwart eenvoudig weg mooier en waarschijnlijk ook beter aansluitend bij de uniformen traditie (de gelijkenis tussen de W.A. kleding en de politie-uniformen kon aan de 'weermannen' een soort van aureool van gezagsdragers geven). Aan het uniform gedoe kwam echter al vroeg een einde; een op 15 september 1933 afgekondigde wet verbood 'in het openbaar dragen van kledingstukken of opzichtige onderscheidingtekenen uitdrukkende een bepaald staatkundig streven'. Na die tijd werden de W.A. uniformen en zwarte hemden nog slechts binnenshuis gedragen. Pas in de bezettingsjaren verviel het 'uniformverbod' en toen konde de mode ontwerpers van de NSB zich op grote schaal gaan uitleven: een enorme verscheidenheid van zwarte uniformen met blauwe, rode en groene spiegels op de revers, met honderdvoudig gevarieerde epauletten en met reeksen onderscheidingstekens op kraag en mouwen was de vrucht van hun inspanningen.
 
 
    
 
Links: Oud model W.A veldmuts. Rechts: Landwacht veldmuts.
 
 
 
      W.A. pet
 
 
 
 
 
Hiernaast:
Een overhemd van de W.A. Bijzonder model, het rugpand is langer dan de voorpand. In het rugpand zitten twee knoopsgaten en in het voorpand vier knoopsgaten. Aan de binnenkant van de broek zaten aan de achterkant twee knopen en aan de voorkant vier knopen. Het overhemd werd op deze manier aan de broek vastgeknoopt, bretels waren dus overbodig. Even snel naar de W.C. was er niet bij.
 
Mogelijk is dit van oorprong een bruin overhemd geweest van de S.A.
 
 
 
 
    
 
 
  Dienstvoorschriften W.A.
 
 
 
 
 
Richtlijnen voor de politie
 
Begin november 1940 uitgegeven en eind januari 1941 nog wat gedetailleerder gemaakt. De richlijnen werden aan elke politieman en W.A. man uitgereikt. In deze richlijnen stond hoe op te treden bij relletjes en dateren van 27 januari 1941.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De Zwarte Soldaat
 
Weekblad van de Weerafdeling van de NSB. Afgestemd op de eenvoudige lezer. Vooral gevuld met nieuws over de W.A. De algemene artikelen zijn interessant om hun sterk nationalistische, zelfs hardnekkige Dietse strekking. Trouw aan Mussert, soms merkbaar anti SS.
 
Op de voorpagina staat Gerardus L. Mooyman afgebeeld. Begin 1943 krijgt Mooyman, uit Voorburg, als eerste Nederlander het Ridderkruis van het IJzeren Kruis. Voor de Duitse wervingspropaganda alsook voor nationaal socialistische bladen als het Nationaal Dagblad, Volk en Vaderland en Storm SS werd Mooyman de personificatie van het Nederlandse soldatendom.
 
De jonge SS-stormman nam als stukscommandant van een pantserafweerkanon deel aan gevechten bij het Ladagameer, vlak bij Leningrad. Al eerder had hij het IJzeren Kruis Tweede en Eerste Klasse verdiend door het vernietigen van enkele Russische tanks. Maar op 13 februari 1943 wist hij maar lieft 13 vijandelijke pantservoertuigen buiten gevecht te stellen. Hitler beloonde hem daarvoor met het Ridderkruis, dat hem tijdens een kleine plechtigheid, vlak achter het front, werd opgespeld. Zijn verhaal stond diezelfde week nog in alle frontkranten. Mooyman was in één klap beroemd. Al op 25 februari werden in het blad De Zwarte Soldaat kameraden en kameraadskes opgeroepen om felicitatiebrieven aan Mooyman te schrijven. Op 30 maart 1943 ontving Mussert Gerardus Mooyman op het hoofdkwartier.
 
Op 16 oktober 1947 werd Mooyman veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. Maar met iedere jaar dat de oorlog verstreek, werden de opvattingen milder en de regels soepeler. September 1949 openden zich de gevangenisdeuren voor Mooyman en hij vertrok naar Groningen waar hij spijt bekende en zich aan de atletiek ging wijden. Eind jaren tachtig overleed Mooyman aan de gevolgen van een auto ongeluk.
 
 
 
 
 
 
De Zang.
 
Een nieuw element doet zijn intrede in het organisatiewezen: De zang. Melchert Schuurman, zelf slachtoffer van de terreur, trekt in opdracht van den Leider het land door en brengt Nederland aan het zingen. Wat aan de Volkszangverenigingen niet gelukte, lukt aan de Beweging wel. Overal klinkt weer het Nederlandse lied, afgewisseld met de nationaal-socialistische strijdliederen, die spreken van geloof, van strijdlust en vertrouwen. Nieuw leven ontwaakt overal: De NSB marcheert verder, de aanval wordt hervat. (Voor Volk en Vaderland '43).
 
Zoo zingt de NSB, was één van de vele zangbundels die door de NSB werden uitgegeven. In deze bundel zijn twintig mars- en strijdliederen opgenomen, waaronder vooral W.A. liederen. Het zangboekje kreeg als motto mee: "Gelooft in datgene wat ge zingt en ge zult overwinnen".
 
 
 
Er werden verschillende LP''s uitgegeven met allemaal dezelfde hoes.
 
 
 
 
 
 
De W.A. zingt - Wij melden U den nieuwen tijd
 
Zangbundel nummer 3. In die tijd deed de NSB ook aan marketing want iedere weerman was verplicht om het lied; "Die Stem van Suid-Afrika" te kennen. Dit lied stond echter in de zangbundel 2. Zangbundel nummer 2 moest dus eerst gekocht worden aan nieuw toegetreden W.A. mannen
 
Iedere W.A. man was verplicht om een exemplaar van zangbundel nummer 3 te kopen voor 10 cent. Voor elk volgend exemplaar moest 20 cent worden betaald. In de vrije verkoop moest eveneens 20 cent worden betaald.
 
Daarnaast twee miniboekjes van Winterhulp Nederland. Deze boekjes werden uitgegeven bij de collectie van januari 1944. Dit zijn de delen I en II van "Volksliederen".
 
De NSB zag het zingen als propaganda voor de beweging maar vooralsnog liepen alleen kinderen met de muziek mee.
 
 
 
 
Afstandmarsen.
 
Een beproefd middel om bij vriend en vijand op te vallen was het afleggen van afstandmarsen. Er is in die jaren heel was afgelopen. De regie was in handen van de W.A. en aan het einde wachtte, afgezien van de blaren, meestal een herinneringsmedaille. Er waren jaarlijkse afstandmarsen, bloembollenmarsen, kerstmarsen en nog veel meer.
 
Hiernaast v.l.n.r
 
Jaarlijkse afstandmars medaille 1935
W.A. marsen Overijssel-Gelderland speld, 1942
W.A. mars Zuid-Holland-Utrecht speld, 1942
 
 
   
     
 
 
 
Afbeelding links:
 
Kerst mars medaille W.A. 1942
Bloembollenmars medaille 1943
Voorjaarmarsch Heerban 5
 
De Bloembollenmars 1943 werd gehouden op 2 mei te Haarlem en omstreken. Aan deze mars werd deelgenomen door afdelingen van de politie, W.A., S.S., Arbeidsdienst, Jeugdstorm, Technische Noodhulp, NSKK, Brandweer, Wache- und Schutzdienst, NSVO en P.O. Ook individuele wandelaars konden zich inschrijven. De mars ging over een afstand van ongeveer 25 kilometer en was georganiseerd door Heerban 2 van de W.A. te Haarlem.
 
De Heerban 5 van de W.A. hield op 11 april 1943 te Rotterdam en omgeving een voorjaarsmars. De mars was georganiseerd door de Heerban Zeist der W.A. Deelgenomen werd door groepen W.A., Jeugdstorm, Arbeidsdienst, NSVO, Hulppolitie, Organisation Todt, Rotterdamse tramconducteurs en Rijksbrandweer, terwijl zich onder de individuele lopers soldaten bevonden van de Waffen SS, Het Nederlandse Legioen en het NSKK. Startpunt was het Heerbankwartier aan de Westersingel in Rotterdam. Er liepen 800 deelnemers mee met de mars.
 
 
   
 
W.A. kalenders
 
 
     
 
Tijdschriften
 
Fotonieuws der Beweging.
Geillustreerd tijdschrift voor NSB leden. De eerste drie jaren werd dit blad door de NSB zelf uitgegeven.
 
Fotonieuws
'Het geillustreerd blad voor Nederland'. Nu uitgegeven door Nenasu.
 
Echo
Dit tijdschrift was het vervolg op Fotonieuws waarmee in het vierde jaargang werd gestart. Uitgegeven door Nenasu.
 
 
 
 
 
 
 
Er verschenen verschillende tijdschriften voor en over de soldaat. Het blad 'Signaal' is misschien wel de bekendste.
 
'Berlijnsche Koerier' werd in Duitsland uitgegeven, in de Nederlandse taal. Dit blad werd o.a. gelezen door Nederlandse arbeiders in Duitsland.
  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Kopieën van de Mussert Garde insigne
doorsnede; 4 cm.
 
 
 
Mussert Garde
 
In de NSB almanak van 1943 staat te lezen dat er binnen de NSB behoefte was aan een weerbaarheidsopleiding voor jonge NSB leden, waarvoor de W.A. bestemd was geweest. (De W.A. was van overheidswege tot verboden organisatie verklaard). 'Daarom werd in de zomer van 1939 besloten tot de oprichting van de Mussert-Garde'. In de NSB almanak van 1944 staat:
 
'De Mussert-Garde was het, die voor het eerst in de lage landen aan de zee de soldateske trouw aan Leider, Volk, bodem en ras propageerde met het gevolg, dat de bijeenkomsten van deze organisatie door de politie werden verstoord'.
 
Dat het hier om meer ging dan een een z.g. 'weerbaarheidsopleiding', moge duidelijk zijn door de mensen die bij de oprichting ervan waren betrokken en het feit dat Feldmeijer commandant werd. Het zou een elite korps moeten worden, maar van wie ging de opdracht uit om een dergelijk korps te vormen? Was het Mussert of Rost van Tonningen?
 
J.H. Feldmeijer
Bij de oprichting van de Mussert-Garde was de later zeer belangrijke NSB'er: J.H. Feldmeijer betrokken, protegé van Rost en één der eerste leden van de NSB. Henk Feldmeijer, in 1910 te Assen geboren, was al in 1932 als student in de wis- en natuurkunde te Groningen, tot de NSB toegetreden. In 1936 ontkomt Feldmeijer nog maar net aan een royement, wanneer de NSB leiding enkele radicale leden die de partij proberen over te nemen, uit de beweging gooit. De jongeman ontspringt de dans en wordt overgeplaatst naar Salland, waar hij districtsleider van de NSB wordt.
 
Wanneer hij weer uit ballingschap naar het westen mag terugkeren, ontfermt Rost van Tonningen zich over hem. Rost van Tonningen en Feldmeijer, ideologisch verwante zielen, beiden radicaal, geen van beiden met vertrouwen in Mussert of gehinderd door geneigdheid tot partijdiscipline, speelden vanaf het begin af een rol, evenals Wim Heubel, Rosts toekomstige zwager. Officieel heet het dan, dat Feldmeijer een nieuwe jongeren organisatie moet opbouwen, waarin nationaal-socialistische mannen tussen de 18 en 25 jaar kunnen worden opgevangen. Feldmeijers toekomstige adjudant, Wim Heubel - hij is tevens tot vormingsleider van het nieuwe onderdeel benoemd - reist naar Berlijn. Daar moet hij studie van de algemene SS gaan maken, informatie verzamelen, opdat in Nederland een getrouwe kopie van de Duitse SS op de been kan worden gebracht.
 
Het hoofdkwartier kreeg spoedig lucht van deze plannen en wilde voorkomen dat deze imitatie SS een instrument van Rost zou worden; Van Geelkerken werd belast met het oppertoezicht over de nieuwe organisatie. Het hoofdkwartier wist op een aantal afdelingen, zoals die in Amsterdam, een stevige greep te houden maar kon de invloed van Rost en Feldmeijer niet meer terugdringen. Met succes bleven beide mannen vasthouden aan hun plan om nu van de Mussert-Garde in navolging van de Duitse algemen SS een 'elite-eenheid' te maken. Na de bezetting in 1940 ging de radicale tak van de NSB dan ook de S.S. richting op. De gematigden, de aanhangers van Mussert werden opgenomen in de W.A. die inmiddels weer was opgericht.
 
De officiële oprichtingsdatum van de Mussert-Garde is 1 augustus 1939. In totaal heeft de Garde, die ten tijde van de Duitse inval nog maar in de kinderschoenen stond, twee à driehonderd man geteld. Een andere schatting heeft het over vierhonderd man.
 
 
Nederlandse SS
 
Mussert was tegenstander van de oprichting van een Nederlandse SS, omdat Himmler als chef van deze SS daardoor een zekere mate van zeggenschap zou krijgen over een deel van de leden van de NSB. Uiteindelijk deelde de Rijkscommissaris mede, dat de SS toch zou worden opgericht, los van de NSB of als organisatie, naar Mussert verkoos. De beslissing hierover heeft Mussert na overleg met Schmidt genomen: als het dan toch onontkoombaar was, dan was het beter een Nederlandse SS als onderdeel van de NSB te vormen, omdat een SS los van de NSB een tweede politieke partij zou worden. De SS, zou als de echte nationaal-socialistische partij gezien worden, althans in Berlijn, en de andere, de NSB die als half nationaal-socialistisch niet serieus zou worden genomen. De SS is van het begin tot het einde een organisatie geweest tot ondermijning van de NSB, uitvoering van de politiek van Himmler, die lijnrecht inging tegen die van de NSB. Dit alles geschiedde niet openlijk, doch verkapt en daardoor zijn bij vele eerlijke idealisten grote misverstanden ontstaan.
 
Mussert mocht een bezoek aan Adolf Hitler brengen op de voorwaarden dat hij zou instemmen met de oprichting van een Algemene SS in Nederland en met de werving van Nederlandse Waffen SS vrijwilligers. Mussert besluit hierop in te gaan en draagt Feldmeyer op om de hoofdafdeling IX van de NSB op te richten: de 'Nederlandse SS'.
 
De Nederlandse SS manifesteerde zich binnen de NSB als een ideologische strijdgroep, een meer politiek gerichte, met als doel de nazificering van de Nederlandse bevolking. Oprichtingsdatum 16 september 1940. Deze politieke formatie is ongewapend en formeel een onderdeel van de NSB. Zij heeft ongeveer 4000 leden geteld, van wie 3000 als Waffen SS'ers aan het Oostfront hebben gestreden.
 
Germaanse SS
Op 1 november 1942 ondergaat de Nederlandse SS een naamsverandering: Germaanse SS in Nederland. Het was een ongewapend korps, dat alleen in de weekends oefende als een soort vrijetijdsbesteding. Het was formeel een weerkorps van de NSB, een politieke SS, waarvan Feldmeyer 'voorman' was; feitelijk was het een soort Duitse SS- oppositie tegen de NSB. Voor het grootste deel wordt het leeggezogen naar de "Waffen SS" - in een van de genoemde gevechtsinformaties.
 
De Germaanse SS in Nederland is verdeeld in Standaarden; deze Standaarden zijn volgens de verschillende gewesten ingedeeld en wel als volgt: Friesland, Groningen en Drenthe vormen de 1e SS-Standaard, Overijssel en Gelderland de 2e SS-Standaard, N. Holland en Utrecht de 3e SS-Standaard, Z. Holland en Zeeland de 4e SS-Standaard en N. Brabant en Limburg de 5e SS-Standaard. Door de bij de Ned. Politie behorende leden der Germ. SS in Nederland wordt de SS-politie Standaard gevormd. De Standaarden zijn onderverdeeld in Stormen en Stormbanden. Deze Stormen zijn plaatselijk en staan onder leiding van een Stormleider.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Gedenkplaatje van hout
 
De afgebeelde persoon draagt
het uniform van de Waffen SS.
De reden dat hij (nog) geen kraagspiegels
draagt is omdat deze foto gedurende
de eerste weken van de rekrutentijd gemaakt is.
Gedurende de eerste opleidingstijd werden
kraagspiegels niet gedragen. Na ongeveer
zes weken kwamen die pas op het uniform.
 
 
 
 
 
Dit speldje zou zijn gedragen door familie/sympathisanten van de Nederlandse SS.
 
"Een SS'er is voor alles Germaan en in de tweede plaats Duitser, Nederlander, Scandinaviër enz. Een SS'er tracht zijn nationaliteit niet te verbergen of te vergeten. Vandaar, dat de Nederlandse SS man op zijn mouw het insigne draagt van de weerbaarheidsafdelingen van de NSB en de Nederlandse nationaal-socialistische groet "Hou-Zee" zeggen."
 
 
Sennheim
Sennheim ligt in de Boven-Elzas. Hier stond een vormingskamp als doorgangsplaats de de vrijwillige SS den de 'Germaansche broedervolken'. Dit opleidingskamp was voor Nederlandse, Deense en Noorse vrijwilligers. Naast sport en militaire vooropleiding was het doel van Sennheim om de Noorder SS-mannen de beginselen van de Duitse taal; aardrijkskunde en kennis van het Duitse volk bij te brengen en bovendien scholing in de wereldbeschouwing te geven.
 
 
 
 
 
Nationale legioenen
 
De basis voor een internationaal leger werd in 1940 en 1941 gelegd, wanneer Nederlanders, Vlamingen, Noren en Denen bij de Waffen SS dienst nemen. De belangstelling in de Germaanse landen is echter niet al te groot. Dan komen Gottlob Berger en Heinrich Himmler op het idee om nationale legioenen op te richten in Noorwegen, Denemarken, Nederland en Vlaanderen; zelfstandige formaties die gemeenschappelijk met de Duitsers zouden moeten optrekken. In werkelijkheid zijn de legioenen noch nationaal noch zelfstandig, wat van het begin af aan uit het feit blijkt, dat de officieren van de legioenen overwegend Duitse Waffen SS officieren zijn. Al spoedig worden de legioenen dan ook zonder veel omhaal officieel bij de Waffen SS ingelijfd.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Vrijwilligerslegioen Nederland.
 
Het oorpronkelijke voorstel voor de oprichting van een vrijwilligerslegioen was afkomstig van Arnold Meyer.  Op 28 juni heeft Meyer in zijn blad 'Nederlandsch Dagblad', de NSB en de Nederlandse Unie voorgestele om gezamelijk met het Nationaal Front het initiatief te nemen tot de oprichting van 'een afzonderlijk Nederlands legioen'. Het Vrijwilligerslegioen Nederland werd uiteindelijk opgericht op 10 juli 1941.
 
Voor het eerst komt het Vrijwilligerslegioen begin 1942 bij Leningrad in aktie, waar op dat tijdstip hevige gevechten worden geleverd. Bij deze gelegenheid wordt het legioen niet alleen door een eigen Rode Kruis eenheid begeleid - waarvan onder andere de arts Gejus van der Meulen deel uitmaakt, een voor de oorlog zeer gevierde doelverdediger van het Nederlands elftal, maar ook een propagandacompagnie, bestaande uit rond vijftig Nederlandse journaisten, verslaggevers, cameralieden, persfotograven. Het legioen werd ingezet ten noorden van Nowgorod in een tegenoffensief en probeert een wig in het front te drijven. Het legioen blijft twee maanden aan het front, tot mei 1943. Dan besluit Himmler het gehavende en sterk uitgedunde legioen formeel op te heffen en de Legioensoldaten die hij eerst twee maanden met verlof stuurt, onder te brengen in een nieuwe 'zuiver' Germaanse Waffen SS divisie, de 11e SS-Panzergrenadier Division 'Nordland'. Deze SS Standarte 'Nordland' was op 20 april 1940 opgericht voor Noorwegen, Denemarken en Zweden. Maar zover is het echter niet gekomen.
 
4e SS-Panzergrenadier Brigade 'Nederland'
Met de voormalige legioensoldaten, overgeplaatste 'Westlanders' (zie verderop) en nieuwe Waffen SS vrijwilligers brengt hij het op 3000 man, zodat hij besluit de nieuwe eenheid de status van een brigade te geven; de 4e SS-Panzergrenadier Brigade 'Nederland', bestaande uit de regimenten 'Seyffardt' en 'De Ruyter'. Deze eenheid wordt in september 1943 in Kroatïe geformeerd, waar zij in de daaropvolgende maanden de strijd met Joegoslavische partizanen aan moet binden; eind 1943 wordt zij naar het Oostfront gezonden.
 
 
 
 
 
 
 
SS-Schule Avegoor
 
Op 1 mei 1941 wordt in het dorpje Ellecom bij Dieren in alle stilte de SS-Schule 'Avegoor' in gebruik genomen die in het voormalige Troelstrahuis wordt gehuisvest. Op deze school zullen alle Nederlandse SS'ers tijdens vormingscursussen twee weken lang worden ingewijd in de Groot-Germaanse idealen. Ook andere nationaal-socialistische organisaties, zoals de W.A., de Jeugdstorm en Arbeidsdienstgroepen, worden in staat gesteld cursussen te volgen. De Duitse SS-Hauptsturmführer Dr. Aloïs Brendel, wordt leider van de SS school in Ellecom.
 
SS Germanische Leithefte
 
Het blad SS Leithefte was bedoeld voor de interne vorming. In het bezette Nederland en verscheen een variant op dit tijdschrift: de Germanische Leithefte. Ondanks de Duitse naam was de tekst Nederlandstalig. Veel bijdragen waren van de hand van de vormingsleider van de Nederlandse SS, J.C. Nachenius over onderwerpen als het Noordse bloed en de Germaanse vrouw.
 
SS Vormingsbladen en Germaansche Leitheft waren uitsluiten bedoeld voor SS leden.
 
J.C. Nachenius, was hoofd afdeling Vorming van de Nederlandsche SS en tevens een belangrijke theoreticus. In de Vormingsbladen pleit hij voor de toepassing van Himmlers 'Verlobungs- und Heiratsbefehl' (Verlovings- en Huwelijksorder). Samen met Nico Haas van Storm SS vormde hij in oktober 1940 de redactie van het tijdschrift Hamer. Nachenius was kunstschilder, filosoof en amateur-archeoloog, die veel aandacht besteedde aan het germaanse 'ras' en de germaanse kalenderfeesten in de maandbladen 'Germanische Leithefte en de SS Vormingsbladen. Hij was een vurige SS'er.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De Rijksgedachte
 
In opdracht van SS Standartenführer J. Feldmeyer van de Germaanse SS in Nederland uitgegeven. Dit ter gelegenheid van de 55'ste verjaardag van de Führer op 20 april 1944.
 
Met een voorwoord van SS Obersturmführer, Vormingsleider der Germaanse SS: J.C. Nachenius.
 
 
 
SS-Freiwilligen Panzergrenadier Brigade 'Nederland'
 
Na de inval van de Duitsers in de Sovjet Unie wordt het 'Vrijwilligerslegioen Nederland' (aanvankelijk en voor korte tijd 'Vrijwilligersverband Nederland' genoemd) opgricht, waarvan officieel wordt volgehouden, dat het niets met de SS te maken heeft, maar de uniformen van het legioen zijn gelijk aan de SS uniformen. Hoewel dit geheel niet de bedoeling is van de initiatiefnemers, wordt het Legioen binnen het kader van de Waffen-SS ingelijfd, als SS-Freiwilligen Panzergrenadier Brigade 'Nederland'. Dit onderdeel dat door de jaren heen een gemiddelde sterkte heeft van 3000 tot 4000 man en uit de regimenten 'Seyffhardt' en 'De Ruyter' bestaat, wordt op het einde van de oorlog zelfs tot divisie uitgeroepen.
 
 
Veldhospitaal
In 1943 krijgt de SS-Freiwillige Panzergrenadier Brigade 'Nederland' de beschikking over een zelfstandig veldhospitaal, het SS-Feldlazarett Freiwillige Legion 'Nederland' dat februari 1944 zal worden omgedoopt in SS-Lazarett 'Niederländischen Ambulanz'. De Nederlandse ambulance was onderdeel van het Vrijwilligerslegioen, dat een beroep deed op medici en verplegend personeel om zich ook als vrijwilliger voor het Oostfront te melden.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Wij danken U
 
Een brochure uitgegeven door het verzorgingsfonds van het Vrijwilligerslegioen Nederland. Hierin staan brieven afgedrukt waarin Nederlandse SS'ers het thuisfront bedanken voor ontvangen pakketten en brieven.
 
Het thuisfront was voor hun de NSB, want de Nederlandse bevolking wilden niets weten van de Nederlandse SS'ers die aan het Oostfront tegen het bolsjewisme vochten.
 
De Nederlandse SS'er stond daarom aan het Oostfront over het algemeen alleen. Geen brieven van thuis, geen tabak, lectuur, pakjes, niets.
 
In de rubriek 'Frontbrieven' van 'De Zwarte Soldaat' stonden ook brieven afgedrukt van SS'ers die daarover hun beklag deden en die hoopten alsnog contact te kunnen leggen. Het bleek vaak ijdele hoop.
 
 
SS Standarte Westland
 
Oprichtingsdatum 26 mei 1940. Hierin dienden Nederlanders, Vlamingen en Duitsers. Dit Waffen SS regiment wordt op 21 april 1941 onderdeel van de nieuwe SS Panzergrenadier Division 'Wiking', een elite eenheid. Deze vrijwilligers genieten de twijfelachtige eer als eerste Nederlanders in juli 1941 bij Olzanicka aan het Oostfront te worden ingezet.
 
SS divisie Wiking
 
Op 21 december 1940 werden door een historische order van de Führer de standaarden Nordland en Westland samen met de SS-standaard 'Germania' tot de divisie 'Wiking' samengesteld. In tegenstelling tot het vrijwillgerslegioen Nederland, dat alleen uit Nederlanders bestond, was de divisie Wiking samengesteld uit vrijwilligers uit heel Europa.
 
Op 20 januari 1944 wordt de divisie 'Wiking' samen met enkele Duitse eenheden en de SS-Kampfgruppe 'Wallonien' - met Léon Degrelle -  door Russische troepen in het gebied Cherkassy - Korsun ingesloten. Pas op 16 februari slaagt 'Wiking' erin met steun van de SS Panzer Division 'Leibstandarte Adolf Hitler' uit te breken, maar zij leidt hierbij zeer zware verliezen. Begin 1945 wordt 'Wiking' geleid door Luitenant-Generaal der Waffen SS Ulrich. Op het eind van de oorlog geeft hij zich met zijn divisie, waar nauwelijks iets meer van over is, aan de Amerikanen over.
 
 
 
 
"Gewijd aan de nagedachtenis van onze onvergetelijken,  gevallen wapenmakkers van de SS-divisie 'Wiking'.
 
 
 
 
 
Wervingsfolder, voor- en achterkant
 
Andere SS eenheden waarin Nederlanders hebben gezeten zijn verder:
 
SS Wachbattalion 'Nordwest'.
Opgericht begin 1942. Bestond uit Nederlanders, Volksduisters en Oekraïners. Taak: Buitenbewaking van de concentratiekampen Amersfoort en Vught. Onderdeel van de Waffen SS. De leden ervan droegen dezelfde uniformen als in de Waffen SS; alleen met dit verschil dat ze niet de Runen, maar de wolfsangel op de kraag hadden.
 
IJsselmeer flottile.
Opgebouwd door de Waffen SS. Taak: Patrouilleren op het IJsselmeer en het oppikken van parachutisten. Een kleine eenheid, waarvan tussen de 200 en 300 Nederlanders hebben deel uitgemaakt.
 
Landstorm Nederland.
Landstorm Nederland werd opgericht bij verordening van 11 maart 1943 en aanvankelijk betiteld als Landwacht, heette een territoriale organisatie voor de landsverdediging, bestemd voor afweer van buitelandse en binnenlandse vijanden binnen Nederland. Na de verordening van 11 maart 1943, kwam er onmiddelijk weer een Duitse verordening en werd daarin uitdrukkelijk vastgelegd dat de Landstorm "in overeenstemming met de Leider van de NSB in de Nederlanden" werd opgericht binnen het kader van de Waffen SS. Sterkte vóór september 1944: ongeveer 4000 man. Tegen de belofte in heeft de Landstorm, die o.a. bij Oosterbeek aan de slag om Arnhem deelgenomen heeft, ook buiten 's lands grenzen gevochten. In 1944 werd de Landstorm in de strijd geworpen bij de verdediging van het front langs het Albert Kanaal in België. Tenslotte is 40 procent gedeserteerd. In november 1944 wordt de Landstorm met enkele andere formaties gebundeld tot SS Waffen Grenadier Brigade 'Landstorm Nederland'.
 
Begunstigende leden
 
Tijdens de Duitse bezetting ontwerpt de leider van de Nederlandse SS, SS voorman J.H. Feldmeyer, een Nederlandse tegenhanger van het Duitse 'Fordernde Mitglieder'; Begunstigende Leden. Vanaf 1942 bestond de mogelijkheid om Begunstigend Lid van de SS te worden. Daarvoor werd een financiële bijdrage van minstens één gulden per maand verlangd. In 1944 stonden ongeveer 4000 Begunstigende Leden ingeschreven. Oorspronkelijk waren begunstigende leden niet meer dan donateurs, van wie alleen een verklaring werd gevraagd dat men van zuiver 'arische' afkomst was, niet tot de vrijmetselarij had behoord en voorstander was van de Groot-Germaanse gedachte. Een uniform behoefde niet te worden gedragen. Wel werd verwacht dat men binnen eigen werkkring of milieu de SS idee ging propageren.
 
Het Begunstigend Lidmaatschap gaat nog verder dan de Duitse tegenhanger. Wanneer de Nederlandse SS op 17 mei 1942 de eed op Adolf Hitler aflegt, moeten de Begunstigende Leden zich moreel achter deze eed stellen. De Duitse 'Fordernde Mitglieder' hebben daarentegen niets te maken met de eed van de Duitse Algemeine SS op Hitler. Verder verwacht Feldmeyer dat zijn donateurs ook bereid zijn dienst te nemen bij de Waffen SS. De eisen die aan een toekomstig Begunstigend Lid worden gesteld, zijn op het oog zeer streng en niet bepaald uitnodigend. Eenmaal geaccepteerd krijgt het B-lid een speldje, waarop de Sig-runen, het hakenkruis en de letters B.L. staan. Tevens ontvangt hij maandelijks de Vormingsbladen van de SS en het blad Hamer van de Volksche Werkgemeenschap. Een bekend B-lid is prof. Dr. T. Goedewaagen, secretaris-generaal van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten. Zelfs de anti SS gezinde propagandaleider van de NSB, Ernst Voorhoeve wordt Begunstigend Lid. Hij is typisch één van die figuren voor wie het B-lidmaatschap een polis op de toekomst is. Het NSB hoofdkwartier probeert de SS met het BL instituut in de wielen te rijden. In 1944 stoot Mussert de Begunstigende Leden uit de beweging. Een NSB lid mag alleen dan B-lid blijven, als hij daarvoor toestemming van zijn kringleider heeft gevraagd en als hij in de NSB geen al te hoge functie bekleedt. De naam 'Begunstigen Lid' wordt veranderd in 'Begunstiger' en SS wordt wat losser. Op deze manier slaagt de SS erin Nationaal Socialistische organisaties binnen te dringen.
 
Dit systeem was aanvankelijk bedoeld voor mensen die om de een of andere reden (vaak maatschappelijke) niet in staat waren tot de SS toe te treden, maar de SS-idee wel ondersteunden. Zij konden geld schenken aan de SS, die daarmee allerlei activiteiten kon ontwikkelen, onder meer het opvoeren van de propaganda om de SS uit te bouwen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Draagspeld Begunstigend Lid
 
 
 
 
 
 
Storm SS
 
Vanaf april '41 had de Nederlandse SS haar eigen weekblad, dat door zijn gemene antisemitisme en door zijn voortdurend aansporen van de Duitse autoriteiten tot terreur tegen met name genoemde antinazistische Nederlanders, één van de weerzinwekkendste bladen is, die hier in de oorlog verschenen zijn. Het eerste nummer verschijnt op 11 april 1941. Elke Nederlander kon voor elf cent in Storm SS lezen.
 
Het is Storm SS dat op 19 september 1941 als een der eersten voorstelt om de Nederlandse joden te 'kenmerken'. Zeven maanden later krijgt het blad zijn zin, want op 27 april 1942 maakt de Commissaris-Generaal voor de Openbare Veiligheid, Rauter, door middel van een verordening bekend: 'Een jood die zich in het openbaar vertoont, moet een jodenster dragen'.
 
Het aantal abonnees en de losse verkoop buiten de eigen SS-kring steeg behoorlijk in de loop van de oorlog; in 1944 werd een oplage van ruim 40000 gehaald, waarvan ongeveer de helft onder niet SS'ers moet zijn afgezet.
 
Het blad stond onder leiding van Nico de Haas. H.W. van Etten was sinds 8 januari 1943 hoofdredacteur van Storm SS. Samen met zijn medewerker Anton van Breugel was hij op 5 september 1944 op de vluchtgeslagen. De beide Storm SS'ers worden overigens in de loop van oktober door de SD gearresteerd op beschuldiging van contact met het illegale blad Je Maintiendrai en ook met andere verzetsbladen contact te hebben gehad. Tot het eind van de oorlog verblijven zij achtereenvolgens in de gevangenis van Scheveningen en Apeldoorn en in het tuchthuis van Wölfenbuttel.
Arische ras
 
Bij toetreding tot de SS moest de toekomstige SS man niet alleen over de juiste fysieke kwaliteiten beschikken, maar hij moest ook kunnen aantonen dat zijn voorouders tot aan 1800 toe van zuiver Arisch ras waren. Voor officieren moest de stamboom zelfs tot 1750 van zuiver Arisch gehalte zijn. Een onzinnige eis, omdat een Arisch ras immers helemaal niet bestond. In de praktijk kwam het er op neer dat onder de voorouders geen joden, zigeuners of niet-blanken mochten voorkomen. Bij de voorlopige keuring moest de Nederlandse apirant SS man kunnen aantonen dat hij van Arische afstamming was, lichamelijk goed gezond en bereid tot blinde gehoorzaamheid. Hij hoefde geen lid te zijn van de NSB.
 
Sibbebureau
 
Het toezicht op de naleving van de voorwaarden die de 'raszuiverheid' van de Nederlandse SS'ers betreffen, oefent een 'Sibbebureau' uit dat in het stafkwartier van de Nederlandse SS is gevestigd. Volgens Feldmeyer is het de bedoeling, dat dit bureau 'den leden der Ned. SS behulpzaam zal zijn bij hunner documentering hunner arische afstamming'. Het SS-Ras- en Sibbeambt had o.a. tot taak het verzoek van een SS'er een huwelijk te mogen aangaan in behandeling te nemen.
 
Ludovicus (Ludo) ten Cate
L. ten Cate was hoofd van het SS-Ras- en Sibbeambt in de functie van SS-Onderschaarleider. Deze Amsterdammer van geboorte was een antisemiet van het felste soort, ondanks of misschien wel juist doordat zijn eigen afkomst vaag was. In 1940 werd Ten Cate benoemd tot hoofd van het Rijksbureau voor Genealogie in Den Haag. Kort tevoren had hij in overleg met een Duitse ambtenaar Het Nederlands Verbond voor Sibbekunde opgericht. Maandelijks werd door het Verbond het blad 'Sibbe' uitgebracht en ook via de radio kreeg Ten Cate de kans om zijn ideeën over ras en genealogie uit te dragen. Op 5 september 1944 is hij samen met andere vooraanstaande Germaanse SS'ers op de vlucht geslagen.
 
Na de oorlog brengt hij het tot wetenschappelijk medewerker aan de universiteit van Utrecht. Zijn belangstelling voor de teeltkunst verlegt hij dan van mensen naar dieren.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Boven en links
Er moesten heel wat formulieren worden ingevuld van het SS- Ras en Sibbeambt.
 
 
 
 
 
 
 
 
Sibbe
Het fraai uitgegeven maandblad Sibbe scheerde hoogstens even langs de nazi-ideologie, wanneer het ijverig genealogisch bewees, dat lieden als Willem Kloos, Breitner, Thijm, Thorbecke of Deterding Duitse voorouders hadden.
 
Volkse- Germaanse Werkgemeenschap
 
Het was de taak van de SS om de Nederlandse samenleving op langere termijn te infiltreren met de ideologie van ras en rijk. Dit dachten Himmler, Rauter en hun handlangers te bereiken door een organisatie onder neutrale vlag te stichten, die belangstelling moest wekken voor folklore, sibbekunde, heemkunde, de Germaanse voorvaderen e.d. Deze organisatie, de Volksche Werkgemeenschap, compleet met allerlei onderafdelingen en een eigen tijdschrift, diende 'wetenschappelijk onderzoek' over deze onderwerpen te verrichten en de resultaten hiervan te populariseren. Het doel was duidelijk de gemeenschappelijke afstamming van Nederlanders en Duitsers aan te tonen en middels een breed opgezette propaganda voor het uitwissen van de Nederlands-Duitse grens te ijveren.
 
Der Vaderen Erfdeel - volkse stroming
 
De belangrijkste tak van de volkse stroming binnen de NSB was de groep die zich vormde rond Propagandaleider (later organisatileider) F.E. Farwerck. Gevormd met de bedoeling een al te ernstige vulgarisering van volkse ideeën te voorkomen functioneerde de groep in principe als een studiegenootschap, genaamd 'Der Vaderen Erfdeel'. Zijn streven was het hervinden van het 'volkseigene'; een weinig concrete taak die in ieder geval inhield het identificeren van het 'volksvreemde'. De stichting hield zich bezig met het bestuderen van Drentse boerderijen, geveltjes en karakteristieke Hollandse huizen. De bedoeling was het nationale 'volkskarakter' bloot te leggen.
 
De Wolfsangel
De door Farwerck geleide groep 'Der Vaderen Erfdeel', begon in juni 1936 met de uitgave van een maandblad 'De Wolfsangel' onder redactie van Reydon, die daarin zijn 'volksheid' uitleefde in de vormv van folkloristische beschouwingen met sterke voorliefde voor oud Germaans symboliek.
 
Der Vaderen Erfdeel
Aan het begin van de tweede jaargang onderging 'De Wolfsangel' een naamsverandering. Het werd 'Der Vaderen Erfdeel'.
 
 
 
 
 
 
 
 
Seyss Inquart heeft druk op Mussert uitgeoefend om Farwerck te laten vallen. Farwerck werd n.l. beschuldigd van vrijmetselarij; een beschuldiging die de volkse vertegenwoordigers binnen de NSB spoedig overnemen. De NSB leider geeft toe en Farwerck wordt uit al zijn functies in de 'Beweging' ontslagen; zijn stichting 'Der Vaderen Erfdeel' wordt op een zijspoor gezet en op 14 oktober 1940 opgeheven. In de plaats komt de genoemde 'Volksche Werkgemeenschap', opgericht door Feldmeyer, waarvan hijzelf voorzitter werd. De praktische leiding werd toevertrouwd aan de geschiedenisleraar Dr. Joh. Theunisz uit Zwolle. Deze organisatie was één van de eerste uitstapjes van Feldmeyer op zijn eigen SS pad, weg van de NSB en toch binnen die NSB. Theunisz was al direct na de Duitse bezetting begonnen met een persoonlijke offensiefje tegen de NSB leiding.
 
Hiernaast: Uitgave van 'Der Vaderen Erfdeel', 1938.
 
Germaanse Joelfeest.
 
Tijdens de Winterzonnewendefeest was het traditie om lichtjes te laten branden. Het feest duurde twaalf dagen en begon bij volle maan, rond 21 december. Aan leden van de SS werden tijdens de oorlogsjaren een zogenaamde Joelkandelaar uitgereikt uit naam van Heinrich Himmler. De kandelaar werd het hele jaar door gebruikt bij vieringen en herdenkingen en van oudjaarsdag naar nieuwjaarsdag. De kandelaars werden in grote getale geproduceerd door Allach, maar er waren meerdere producenten.
 
Hiernaast een voorbeeld van een Joelkandelaar.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Volksche Wacht, blad van de Volksche Werkgemeenschap.
 
Dit blad werd sinds december 1940 uitgegeven en stond onder invloed van de SS. Het moest de meer intellectuele prestaties van de Volksche Werkgemeenschap publiceren. Het bleef een blad, volgeschreven door zijn redacteuren, dat zich weinig onderscheidde van andere cultureel-gerichte nazi-periodieken.
 
 
 
Complete jaargang
 
    
 
 
 
 
 
 
  
Links; "Volksche Werkgemeenschap", rechts; "Germaansche Werkgemeenschap".
 
 
 
 
 
 
 
Eeuwig levende teekens, "Tentoonstelling van Volksche zinnebeelden, Den Haag 1941".
Brochure met plattegrond.
Saxo Frisia
 
Als onderdeel van de Volksche Werkgemeenschap werd op 18 januari 1941 een regionale stichting in het leven geroepen voor de drie noordelijke provincies, Saxo-Frisia. Voorzitter van Saxio-Frisia werd Prof. Dr. J.M.N. Kapteyn, van 1940-1942 rector magnificus van de Groningse universiteit. 'Deze stichting', aldus de voorzitter, 'heeft een bijzondere taak, medearbeiden aan een cultureel politiek ideaal van hoge orde: de gemeenschap van Germanendom, die zich gaat consolideren. De stichting zou Friezen en Saksen rijp moeten maken voor de Groot-Germaanse gedachte. De vereniging Saxo-Frisia hield zich staande naast de Werkgemeenschap en was er pas na een z.g. Duits 'Friesenbefehl' (januari 1943) toe te brengen om met andere Friese nationaal-socialistische verenigingen te fuseren (de 'Fryske Rie' b.v.) Saxo Frisia werd een volslagen mislukking. De Friezen toonden zich weerspannig en het kwam voortdurend tot gekibbel.
 
In november 1941 kwam Saxio-Frisia rechtstreeks onder J.H. Feldmeyer te staan, de voorman van de Nederlandse SS. De doelstellingen van Saxio-Frisia werden in augustus 1942 als volgt geformuleerd: "Het bevorderen van kennis van het bewustzijn van het volkswezen der Friezen en Saksen, waarbij het er om gaat de Friezen en Saksen hun plaats te wijzen enerzijds in het Nederlandsche volk, anderszijds in hun betrekkingen tot hun naburige rijk en in ruimer verband met de gehele Germaansche Gemeenschap".
 
 
 
Het Noorder Land
Het in de herfst van 1941 voor het eerst verschenen maandblad "Het Noorder Land" moest de doelstellingen van Saxo-Frisia verder uitdragen.
 
 
 
 
 
 
 
 
De Fryske Rie
 
Enkele Friese Duitsgezinden die meer naar de richting van de NSB dreven, stichtten een eigen organisatie, de Fryske Rie, als een afdeling van Saxio-Frisia. Saxio-Frisia was echter een SS organisatie en behartigde de belangen van een Groot Germaans rijk. Op 24 mei 1941 werd de installatie bijeenkomst gehouden.
 
 
 
It Fryske Folk
 
Een orgaan van de Fryske Rie waar het zijn ideeën in propageerde. Dit blad was fraai uitgevoerd. De oplage bedroeg zo'n 200 stuks.
 
 
Hamer - maandblad van de Volkse (Germaanse) Werkgemeenschap.
 
In oktober 1940 verscheen het eerste nummer (oplage 20.000 exemplaren) van het voor die tijd fraai uitgevoerde en ruim opgezette tijdschrift in een met bladen als Panorama vergelijkbaar formaat. In dit blad werden artikelen geplaatst over folklore, taal en oude gebruiken. De bedoeling van het blad was om de lezers te overtuigen van de gemeenschappelijke afstamming in cultuur van de 'Germaanse' volkeren. Hamer werd beschouwd als de 'spreekbuis' van de volkse vleugel van de NSB, waaruit in 1940 de Germaanse SS voortkwam. De redactie van Hamer bestond uit Nico de Haas van Storm SS en de kunstschilder J.C. Nachenius, beiden overtuigde Groot Germanen die een maand later versterking kregen van Gerda Schaap. Nico de Haas, hoofdredacteur, maakte van Hamer zo'n succes, dat hij in 1943 een gelijknamige Vlaamse editie kon uitbrengen en in 1944 zelfs op uitdrukkelijke bevel van Himmler een Duitse. Het aantal abonnees steeg boven de 9000.
 
 
 
 
 
 
 
Het maandblad Hamer gaf bekendheid aan de uiteenlopende aspecten van het 'echte' Germaanse leven en ras. Men vindt er onder andere beschrijvingen van Germaanse mythologie, authentieke klederdrachten en oude monumenten naast elkaar. Allerlei zaken uit de dagelijkse omgeving van de lezer blijken plots Germaans erfgoed te zijn, als we het blad tenminste moeten geloven. Het blad Hamer met zijn 'sibbekunde' en de enigszins belachelijke bloed- en bodemtheorieën kwam voort uit de SS richting binnen de Beweging.
 
Communisme/bolsjewisme
 
De Nederlanders bij de SS trokken niet zozeer op tegen Rusland, omdat het Duitslands vijand was, maar om het communisme te bestrijden, waartegen Duitsland het laatste bolwerk was.
 
In de Nederlandse burgerij bestond er een hysterische angst voor het communisme. In de rooms-katholieke- en protestantse kerken werd elke zondag opnieuw het communisme als de gruwelijke ideologie van de antichrist afgeschilderd die een rechtstreekse bedreiging voor onze zo gelukkige samenleving vormt.
 
 
Wordt Uw kerk ook een paardenstal? Nenasu, 1934
 
"Het is de suggestieve vraag die de Beweging aan duizenden volksgenoten in een geslaagde foto-uitgave voorlegt, om hen de waarheid te tonen over Spanje, over de ware aard van de sociaal democratie en de gevaar van het op handen zijnde verbond tussen rooms en rood in Nederland. Inplaats van instemming oogst deze partijen, en vooral bij de RKSP heftige verontwaardiging. De afgedrukte foto's van de gruwelen in Spanje, van de bedoelingen van de goddeloze organisaties, drijven de politieklingen niet tot een verhoogde reactie tegen het dreigende rode beest, maar inspireren hen tot een verdraaiing van feiten waaruit tenslotte in hun ogen de NSB als een godlasterende organisatie wordt naar voren gebracht."
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Waarom oorlog met Stalin?
Soortgelijk anti bolsjewistische propaganda
"Het Roodboek der Anti-Komintern"
 
 
 
 
 
 
 
 
De Beestmensch
 
Anti-bolsjewistisch kijkboek uit de zomer van 1942 dat in een oplage van 70.000 exemplaren werd verspreid. Uitgeverij "Storm".
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Citaat:
 
"Laat men toch nooit vergeten, dat de bestuurders van het huidige Rusland gemene misdadigers zijn met bloedbevlekte handen, dat ze een uitvaagsel der mensheid zijn, dat zich begunstigd door de toestanden in een tragisch uur van een grote staat. Laat men daarnaast ook niet uit het oog verliezen, dat deze machthebbers behoren tot een volk, dat de beestachtigste wreedheid paart aan de onbegrijpelijkste vaardigheid in het liegen, en dat zich tegenwoordig meer dan ooit geroepen voelt, om de gehele wereld onder zijn bloedig juk te dwingen. Laat men toch nooit vergeten, dat de internationale jood, die heden in Rusland absoluut heerst, Duitsland niet beschouwt als een bondgenoot, maar een staat, welke eenzelfde lot moet ondergaan.
 
 
 
 
Mussertkruis
 
De glorie van een waan. Het Mussert-kruis, dat de leider van de NSB als eigen onderscheidingsteken had uitgedacht voor zijn trouwe volgelingen die het Oostfront overleefd hadden.
 
De Mussertkruizen werden na de oorlog opgegraven in de tuin van het 'Kabinet van de Leider' in Den Haag. Op één meter diepte stuitte men op dozen, half vergaan van het vocht. Elke doos bevatte weer andere, kleinere doosjes, zeker 1000 in getal. Het waren Mussertkruizen, allen in dezelfde fluwelen verpakking.
 
De kruizen werden blijkbaar in allerijl begraven, gezien de povere verpakking, evenals trouwens de naar boven gebrachte boeken (o.a. 'Mussert als ingenieur') die los in de grond lagen.
 
Fotograaf Thuring uit Den Haag maakte van de opgraving foto's en nam bij die gelegenheid zelf ook een Mussertkruis mee.
 
 
 
Voor- en achterkant van het Mussertkruis.
Dit Mussertkruis is in slechte staat.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Uit een groot gegraven gat onder de rododendrons worden de Mussertkruizen naar boven gehaald. Op de achtergrond staat al een volle kruiwagen klaar om afgevoerd te worden.
 
 
 
 
 
De nabestaande van een minder fortuinlijke Nederlandse SS'er, die gevallen was aan het Europese front tegen het bolsjewisme, zoals dat toen (1943) heette, kreeg een gedenkpenning uitgereikt. Een klein plaquette van ongeveer 4.3 bij 6.8 cm groot, ontworpen door de bekende kunstenaar Cris Agterberg. Op de penning staat de naam, geboortedatum en datum van overlijden. Verder staat er "Hou en Trou" en "Mussert 1941".
 
De namen van de gevallenen werden o.a. gepubliceerd in de NSB almanak. In de almanak van 1944 stonden de namen van de gevallenen onder de kop:
 
"Aan de fronten tegen bolsjewisme en kapitalisme vielen voor Leider, Volk en Vaderland in het oosten van Europa, in Noord-Afrika en Sicilië en op de wereldzeeën de kameraden:"
 
De gevallene hier in kwestie was een SS Rottenführer, drager van het IJzeren Kruis 2e Klasse, Infanterie Sturmabzeichen en de Wintermedaille.
 
 
 
 
 
 
 
  
 
 
 
 
 
 
Zakwoordenboek in drie talen, samengesteld door C.L. Hide.
 
In 1944 kwam uitgeverij Westland nog met een woordenboek in drie talen: Nederlands-Duits-Russisch.
 
Wellicht beoogd voor de Nederlandse SS'er die na de oorlog een stuk land in het oosten was beloofd of voor de Oostlandboer? Het kwam in ieder geval te laat op de markt. In 1944 stortte Duitsland op alle fronten ineen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De Pionier
 
Het maandblad De Pionier verscheen uitsluitend ten behoeve van Nederlanders, die in de onder burgerlijk bestuur staande bezette gebieden in het oosten werkten.
 
Het was met name bestemd voor de Nederlandse werkers in het oosten van het N.O.C. en N.O.I.
 
 
 
 
 
 
 
Buste van Adolf Hitler, metaallegering.
17 cm hoog.
Oostfrontstrijders
 
Artikel 101 maakt deel uit van Titel 1 van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht met het opschrift "Misdrijven tegen de veiligheid van de staat". Het doel van de Oostfrontstrijders was geheel hetzelfde als het doel van artikel 101, namelijk het dienen van de veiligheid van de staat. Er komen in de praktijk van het leven nu eenmaal gevallen voor, waarbij men een bepaald doel het best kan bereiken door middel van een handeling, welke op het eerste gezicht juist tegen dit doel gericht schijnt te zijn. Een voorbeeld hiervan is het stichten van een tegenbrand om gevaarlijke uitbreiding van een dreigend naderende brand te voorkomen. Iemand die met dit oogmerk een tegenbrand sticht, is geen delinquent of overtreden van artikel 157 van ons Wetboek van Strafrecht.
 
Na de "smadelijke vlucht" van de Nederlandse regering op 13 mei 1940 ontbrak een wettige Nederlandse overheid, zodat de enkeling op grond van noodrecht bevoegd was, zelf te beslissen over de moeilijke vraag of zijn dienstneming voor de stijd tegen het bolsjewisme de veiligheid van de staat diende of in gevaar bracht. De verdere loop van de gebeurtenissen heeft aangetoond, dat de Nederlandse Oostfrontstrijders juist hebben gezien. Welk een ramp zou het geweest zijn, indien West-Europa b.v. in 1943, toen de Westelijke geallieerden daartoe nog niet de macht hadden, als gevolg van onvoldoende Duitse weerstand door de Russen zou zijn "bevrijd"!
 
Actieve deelneming van leden van de NSB aan de Duitse oorlogsvoering tegen de Sovjets is bevorderd en bewerkstelligd, doch uitsluitend met het oogmerk om daardoor de hoogste Nederlandse volksbelangen te behartigen. Mussert kon deze deelneming niet ontgaan zonder het hoogste Nederlandse volksbelang, het voorkomen van de inlijving van Nederland bij Duitsland, het ontnemen van de Ziel van het Volk, in ernstig gevaar te brengen. Daarom is ook deze plicht vervuld. Offers, welke daarvoor gebracht moesten worden, zijn gebracht door de zich offerende leden der NSB, de voordelen zouden toevallen aan het ganse volk. Toen de Rijkscommissaris (Seyss Inquart) Mussert in 1942 polste of hij bereid was de militaire dienstplicht in te voeren, als hij daartoe bevoegd zou zijn, heeft hij geantwoord dat daarvan geen sprake zou zijn. De idealisten onder de mannen, die gegaan zijn, hebben niet in de modder van Rusland gelegen om daardoor hun eigen volk in de rug aan te vallen, maar om de Sovjet-Rusland-Azië buiten Europa te houden, dus zover mogelijk van Neerlands grenzen, en om voor hun Vaderland in het Nieuwe Europa, dat na Hitlers overwinning gevormd zou worden, een zo waardig mogelijke plaats te veroveren. (Mussert's verantwoording)
 
 
Mijn Kampf - Mijn Kamp
 
Adolf Hitler heeft op 8 november 1923 getracht de regering omver te werpen. Door "verraad" van de Generalstaatskommissar van Beieren, Dr. Von Kahr, de opperbevelhebber van de Beierse divisies, generaal v. Lossow, en de overste v. Seisser, mislukte deze staatsgreep. Hitler dacht dat deze drie mensen hetzelfde doel nastreefden: de Rijksregering uit de weg te ruimen en in haar plaats een anti-parlementaire, zuiver nationaal gezinde regering in te stellen. Ze wijzen echter op het laatste moment de staatsgreep af. De volgende morgen, 9 november 1923, hield Hitler een demonstratiemars. Met wapengeweld werd deze mars uiteengedreven waarbij zestien doden vielen. Hitler was, zwaargewond, door zijn kameraden naar Uffing aan de Staffelsee gebracht. Daar werd hij op 11 november door een sterke politiemacht gearresteerd. Op 1 april 1924 werd hij wegens hoogverraad tot vijf jaar vestingstraf veroordeeld, die hij in de vesting Landsberg moest ondergaan.
 
Hier, in de gevangenschap, schreef hij de belijdenis van zijn leven en streven en vatte zijn politieke overtuiging in de vorm van een programma in het omvangrijke werk "Mein Kampf" samen, een werk, dat drie elementen bevat: Biografie, politiek programma en wereldbeschouwing. Op 20 december 1924 werd Hitler uit zijn gevangenschap in de vesting ontslagen. In Landsberg dicteerde Hitler het eerste deel van "Mein Kamp". Het tweede deel werd pas in 1926 op de Obersalzberg voltooid. Het eerste deel verscheen in een oplage van 10.000 exemplaren op 18 juli 1925, het tweede deel op 11 december 1926. Tot augustus 1940 werden meer dan 10 miljoen exemplaren verkocht. Vele Duitse steden en gemeenten reikten het boek in bijzonder fraaie uitvoering als geschenk aan ieder bruidspaar bij de huwelijkssluiting uit.
 
 
 
 
 
 
 
 
  
 
 
 
Rechts, een 'gepimpte' Mijn Kamp, tweede druk, leren omslag, metalen hakenkruizen.
 
Links, een "huwelijks editie" van Mein Kampf. Lederen rug met "Adolf Hitler"  en "Mein Kampf" in gouddruk. Op de voorkant staat een stempel van de gemeente waar dit exemplaar is uitgereikt; "Stadt Mühlheim a.d. Ruhe". Voorin staat op een apart blad, de naam van het echtpaar. Kompleet in een kartonnen opbergbox. Het exemplaar is uiteraard in de Duitse taal met gotische letters. Er bestaan ook hele dure edities van "Mein Kamp" al naar gelang de status van de ontvanger.
 
De bijbel van de Nieuwe Orde was een uitgave van De Amsterdamsche Keurkamer, waarvan George Kettmann jr. samen met zijn vrouw Margot Wansinck de directie voerde. De vertaling van het opus was in de beproefde handen van Steven Barends, die voor de oorlog als Dum Dum naam had gemaakt met strijdliederen voor Zwart Front. Elk zichzelf respecterend nationaal socialistische huisgezin diende deze bijbel van de Nieuwe Orde op de boekenplank te hebben staan.
 
 
 
 
 
 
Mijn Kamp
 
Mijn Kamp sloeg in als een bom. Op de dag van verschijnen was de eerste druk in een oplage van 3000 exemplaren uitverkocht. Kettman (directeur van de uitgeverij) maakte van dit succes meteen gebruik door nog dezelfde maand met dit feit te adverteren in het Nieuwsblad voor den Boekhandel voor een tweede druk, die eveneens in december van de pers kwam, maar in een oplage van 7000 exemplaren. Ook in eigen kring werd druk geadverteerd, zoals in Volk en Vaderland. Voor mei 1940 was De Amsterdamsche Keurkamer ook door de voorraad van de tweede druk heen. De Nederlandse uitgave van Hitlers boek zou in totaal zes drukken beleven die een gezamelijke oplage van 110.000 exemplaren bereikte. Bovendien verscheen voor de Belgische markt een 'Sonderausgabe' van 10.000 stuks en een volksuitgave van 30.000 exemplaren. Hitlers boek werd o.a. cadeau gedaan aan hen die drie nieuwe jaarabonnees aanbrachten voor het antisemitische weekblad De Misthoorn. Overigens werd de zesde en laatste druk bij verschijnen in 1944 omgedoopt in Mein Kampf.
 
 
 
 
Portret van Adolf Hitler in houten lijst.
 
 
 
Bruine rebellen in Oostenrijk, novelle van de dichter Steven Barends. Uitgeverij De Amsterdamsche Keurkamer.
 
George Kettmann had een omslag met een groot hakenkruis ontworpen. Het publiek was in die tijd zo gewend, geschriften van de nazi-vreters uit het Comité van Waakzaamheid e.d. opgediend te krijgen met grote hakenkruizen op de kaft, dat men in een ommezien aan de stations de novelle van Barends uit kiosken en lectuurwagentjes wegkocht.
 
Steven Barends, geb. 1915.
 
Schreef in de jaren 1934 - 1937 onder het pseudoniem Dum Dum een groot aantal gedichten voor Zwart Front. In dezelfde periode probeerde hij zonder succes afdelingen van de beweging op te richten in het noorden van het land. Toen hij zich in 1938 als vrijwilliger/journalist bij de troepen van Franco in Spanje wilde voegen, werd hem dit door Arnold Meyer, leider van Zwart Front, verboden. Barends vertrok toch, maar kwam Spanje niet binnen. Teruggekeerd in nederland ging hij, geroyeerd uit Zwart Front, in Amsterdam wonen. Hier raakte hij bevriend met George Kettmann jr. de directeur van de uitgeverij van de NSB. Waarschijnlijk van hem kreeg hij de opdracht Mein Kampf van Adolf Hitler in het Nederlands te vertalen. Nog tijdens dit werk werd hij, met een proeftijd van een half jaar, weer als lid van Zwart Front toegelaten. Op 23 maart 1940 verscheen opnieuw een artikel van hem in het weekblad van de beweging.
 
 
 
 
Moeder, vertel eens wat van Adolf Hitler.
 
Steven Barends had nog een ander, onder de nationaal socialisten, populaire vertaling op zijn naam staan, namelijk 'Moeder, vertel eens wat van Adolf Hitler' van Johanna Haader. Dit boek werd b.v. op school in NSB klassen voorgelezen. Het is het geromantiseerde levensverhaal van de Führer als kinderboek.
 
In dit boek wordt op kinderlijke wijze verteld van de Eerste Wereldoorlog en Duitslands vernedering, van de nationaal socialistische beweging en het werk van Adolf Hitler. (Volksche Wacht, 7e jaargang)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Het Hakenkruisvlag is ontworpen door Adolf Hitler in 1920. Een tandarts uit Starnberg had eveneens een goed ontwerp ingezonden, dat overigens zeer veel overeenkomst met dat van Hitler had, en alleen deze ene fout had, dat het hakenkruis met gebogen armen in een witte cirkel was geplaatst. Een goudsmid uit München, Füsz, leverde het eerste bruikbare ontwerp van een partij insigne. Twee jaar later ontwikkelde Adolf Hitler nog een apart overwinningsteken: de standaard. Deze werd ten uitvoer gebracht door een oude, getrouwe partijgenoot, de meester goudsmid Gahr. Sindsdien behoort de standaard tot symbolen en veldtekenen van de nationaal socialistische strijd. (Adolf Hitler in Mein Kampf, blz. 613, 614)