NSB

Nationaal Socialist

Propaganda

WA - SS

Jeugdstorm

WHN - NVD

Arbeidsdienst

Dwangarbeid

Dagelijks leven

Distributie

Joden

Luchtbeschermingsdienst

Persoonsbewijs

Nederland paraat

Oranje/verzet

 
 
 
 
Hinkepink
Bijnaam van Seyss Inquart
 
 
 
 
 
 
Disclamer
Op deze site zult u afbeeldingen tegenkomen van insignes, emblemen e.d. van nationaal socialistische en fascistische organisaties uit de dertiger en veertiger jaren. Het zijn afbeeldingen van verzamelstukken uit mijn verzameling en in geen geval uitingen van nationaal-socialistische, fascistische, racistische of revistionistische denkbeelden van mijn kant. Voorop staat het tonen van mijn verzameling op internet en het geven/krijgen van informatie over de Tweede Wereldoorlog in het algemeen en de NSB in het bijzonder.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Een terracotta penning waarop staat:
"Voor een gaaf volk; leider Mussert".
 
 
 
 
Anton Adriaan Mussert
 
Anton Adriaan Mussert werd geboren op vrijdag 11 mei 1894 te Werkendam. Zijn roepnaam werd Adje, later Ad. Het gezin Mussert bestond uit vijf kinderen, drie jongens, - Jo, Max en Anton, die respectievelijk veertien en twaalf jaar jonger was dan zijn broers - en twee meisjes Leni en Coby. Coby, de jongste, kwam vier jaar na Anton. De Musserts stamden uit Brabant en heetten oorpronkelijk Mutsaerts naar de monninken van het klooster en die vanwege de kappen die zij droegen in de volksmond zo werden genoemd. De familie was Rooms Katholiek, maar terwille van zijn vrouw, verliet vader Mussert het geloof en werd Nederlands hervormd.
 
Mussert kwam uit een conservatief liberaal milieu. Sinds het laatste kwart van de vorige eeuw vertoonde het liberalisme twee stromingen: die van de vooruitstrevende jong-liberalen en de oud-liberalen, die zichzelf de vrije liberalen noemden; zij hielden vast aan het oorspronkelijke creda dat elke vorm van dirigisme afwees.
 
De conservatieve liberalen droegen heimwee met zich mee om aan vroeger, toen zij, staat, economie en cultuur in hun zak hadden gehad, alsmede rancune tegen de eigenlijke situatie, vooral tegen het parlementaire stelsel; zij koesterden met andere woorden autoritaire sentimenten die na de Eerste Wereldoorlog de kop op staken. Zij verenigden zich in de Bond van Vrije Liberalen of Vrijheidsbond. De vader van Mussert (Johan) was hier lid van. Zijn zoon Anton later eveneens.
 
 
 
 
 
 
 
Ingenieur
Op 5 juli 1918 ontving Mussert het diploma van civiel ingenieur met de zeldzame onderscheiding 'met lof'. Een prestatie die nog meer glans kreeg door het feit dat zijn studie een drietal onderbrekingen had gekend: In 1913 door de geestelijke depressie die volgde op de dood van zijn vader, in 1914 toen hij onder de wapenen was en in 1915 door ziekte. Met ingang van 1 september 1918 werd Mussert benoemd tot ingenieur aan de Dienst Sluisbouw te IJmuiden, de latere Noordersluis. Veertien dagen na Mussert verscheen nog een jonge ingenieur bij de Dienst Sluisbouw: Josephus Jitta. Van meet af aan konden ze goed met elkaar overweg. De echtparen Mussert en Jitta woonden tien minuten gaans van elkaar. …ťn avond in de week kwamen ze bij elkaar voor een 'kletsbridge'. Mussert altijd hartelijk en gastvrij, was zeer gesteld op zijn vriend en diens vrouw. Rie Mussert, de vrouw van Mussert, niet minder.
 
Maria (Rie) Witlam
Maria Witlam, de zuster van Anton's moeder, was de nakomeling in het kinderrijke gezin van de Enkhuizense schilder Maarten Witlam en Helena Bazaan. Zij ging in de verpleging, werd particulier verpleegster, onder meer bij een hoge functionaris van de Bataafse Petroleum Maatschappij, met wie zij ook naar het toenmalige Nederlands IndiŽ trok en van wie zij later een legaat ontving. Toen haar neef 'Ad' thuis kwam uit militaire dienst en geruime tijd het bed moest houden, nam zij de taak op zich om hem te verplegen. Zij was toen achtendertig en nog een zeer 'appetijtelijke vrouw'. Anton was na de dood van zijn vader sterk vereenzaamd en door zijn ziekte gedeprimeerd. Het draaide er op uit dat de neef en zijn achttien jaar oudere tante met elkaar naar bed gingen. En dit was niet zomaar een min of meer terloops incident, het was de ouverture tot niets minder dan een huwelijk.
 
Per 1 mei 1920 trad Mussert in dienst van de provinciale waterstaat van Utrecht. Hij had gesolliciteerd, omdat daar de promotiekansen beter lagen dan bij de rijkswaterstaat; de hoofdingenieur, jonkheer Ram, ging binnen afzienbare tijd met pensioen en dan was Mussert, zo werd hem bij het sollicitatiegesprek te verstaan gegeven, de aangewezen opvolger.
 
En zo werd Mussert per 1 november 1927 benoemd tot hoofdingenieur. Met zijn drieŽndertig jaar was hij de jongste hoofdingenieur van het land. In zijn nieuwe functie kreeg Mussert allereerst te maken met een wegenplan voor de provincie Utrecht. Zijn voorganger had hiervoor al een ontwerp gemaakt. Onder Musserts leiding werd het verbeterd en uitgevoerd. Als een der weinigen voorzag hij een toekomst van druk autoverkeer. In verband hiermee ontwierp hij bredere wegen dan oorspronkelijk gepland was. Dat stuitte op bergen verzet bij het bestuur van provincie en diverse gemeenten. Als hoofdingenieur werd hij met zijn neus op het wezen van de democratie gedrukt: leken hebben zeggenschap, beslissen zelfs over werk van deskundigen. Voor Mussert, die van huis uit toch al zo weinig liefde voor de democratie had meegekregen, een bron van ergernis. Mussert had aan den lijve ondervonden hoe in het democratisch bestel onoordeelkundigen beslisten over personen en zaken, plannen vertraagden of tegenwerkten, aldus afbreuk doend aan het algemeen belang. Er was verband tussen de ingenieur van vandaag en de politicus van morgen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Het Nederlandsch Fascisme
 
De in 1934 tot de NSB toegetreden voormalige doopsgezinde predikant dr. C.B. Hylkema schreef in datzelfde jaar een boek: 'Het Nederlandsch Fascisme', dat als ťťn der meest verbreide NSB geschriften - vier drukken tussen september 1934 en februari 1935! - veel meer de 'image' der beweging onder het grote publiek bepaalde heeft dan de dorre brochures III en IV. Hylkema's boek ademt op vele plaatsen een geest van oprechte christelijk-sociale bewogenheid. De schrijver wijst nadrukkelijk het antisemitisme af en prefereert duidelijk (zoals de titel laat zien) de term 'fascisme' boven 'nationaal-socialisme'. Toch vindt men er ook denkbeelden in, die eigenaardig zijn voor een christen en die zeer duidelijk de invloed der nazi-ideologie verraden, zodat het geen verbazing wekt, dat Hylkema in latere jaren naar de rassenleer is overgewaaid. Hylkema's boek is het eerste ons bekende NSB geschrift, waarin in volle scherpte het nationaal-socialistische leidersbeginsel wordt gesteld. Op elke trap van gezag moet er steeds ťťn man zijn, die de beslissingen neemt. De Leider wordt niet gekozen of benoemd, maar hij komt 'vanzelf' naar voren; en evenzo treedt hij 'vanzelf' terug, als hij voelt dat zijn tijd gekomen is. Wellicht mag men het lanceren van Hylkema's boek zien als een eerste symptoom van de radicalisatie, die vanaf 1935 in de NSB in steeds sneller tempo zou intreden.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Het wezen van het fascisme (Bussum, 1934)
 
Baltus Wigersma, in 1877 geboren, scheikundig ingenieur, beschouwde zich als volbloed leering van Bolland en meende, met hem in het Hegeliaanse, zoals dat door Bolland geÔnterpreteerd werd, de steen der wijzen, ook op politiek gebied, gevonden te hebben. Met anderen benaderde hij in '32 een tweede adept van Bolland; J. Hessing, (autodidact als deze) bijzonder hoogleraar aan de rijksuniversiteit te Leiden. Al in '32 trad deze studeerkamerfascist met prof. Hessing tot de NSB toe. Voor Mussert stelde hij een ontwerpgrondwet op die zijns inzien van een briljant inzicht in de Hegeliaanse staatsleer getuigde. Mussert vond het een onbruikbaar stuk en Wigersma en Hessing verlieten geergerd de NSB. Zij bleven samenwerken in de 'Vereniging tot studie van de Staat' waarin rechtsautoritaire en fascistische denkbeelden opgeld deden.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nationaal Socialistische Beweging
 
In de loop van het jaar 1929 vatte bij Mussert met de voor zijn absoluut ingestelde gebruikelijke hardnekkigheid de mening post dat Nederland in grote nood verkeerde. Desondanks zag hij geen persoon of partij zich aangorden om de hand tot redding uit te steken. Mussert kwam tot de conclusie dat ondeskundigheid en baantjesjagerij de hoofdbestanddelen waren van de zompige democratie, waarin het land bezig was weg te zinken. Dit was hem duidelijk geworden in zijn hoedanigheid van ingenieur als in die van politiek agitator. Hij zag Moskou zich opmaken om de failliete boedel van de democratie over te nemen. Trouwens hij niet alleen: de angst voor het rode gevaar was in zijn dagen in burgerlijke kringen van hoog tot laag, confessioneel en niet-confessioneel, door systematische anti-propaganda tot een massahysterie grenzend verschijnsel uitgegroeid. Hiervan was Mussert nu een exponent, zozeer dat zijn politieke optreden slechts verklaarbaar is vanuit die fobie. Die vormde het zaad van de NSB. Mussert zag Nederland afglijden naar het communisme. Hij ging de politiek in, omdat hij de regering te slap achtte hier iets tegen te doen.
 
Beweging
Voor Mussert waren partijen splijtzwammen, verantwoordelijk voor de desintegrerende schotjesgeest die hij met zijn opmars naar een volkseenheid wilde doorbreken. Zijn schepping noemde hij 'beweging' en wie partij zei, kreeg de wind van voren.
 
Programma
Bij het opstellen van een politiek programma, dat begin december 1931 klaarkwam, liet Mussert zich voornamelijk leiden door een boekje van de hand van Gottfried Feder, de nazi-ideoloog. Mussert heeft veel van het nazi-programma gekopieerd. Dit programma werd in een eenvoudige, directe stijl gepresenteerd. De nadruk op gezag en eenheid in een tijd van zwakte en verdeeldheid en in een tijd dat links als bedreigend werd ervaren; de nadruk op de waarde van arbeid in een tijd van werkloosheid dat elke dag toenam; het uitzicht op een betere wereld dat geboden werd in een tijd van armoe en ellende; het gemeenschapsgevoel dat eruit sprak in een tijd dat ieder met voorbijzien aan anderen zijn eigen belangen probeerde te dienen; de nadruk op traditionele waarden en simpele oplossingen in een wereld waarvan de complexiteit de mensen boven het hoofd gegroeid was; al deze elementen droegen er toe bij dat het programma in brede kringen van de bevolking aan zou slaan. Mussert had niets overgenomen van de racistische en antisemitische tendensen uit het nazi-programma. Van NSB zijde is de gelijkenis nimmer ontkend. 'Dat zou dwaasheid zijn geweest en ontkenning van de universele beginselen, waaruit het programma is voortgekomen. Tevens zou het miskenning zijn geweest van de ontzaglijke waarden, die door het Duitse nationaal-socialisme zijn ontdekt'. De NSB heeft slechts ontkend, dat hun programma een duits programma zou zijn. De NSB heeft het over 'het universele karakter van de staatkundige, sociale en economische wetten die men in het nationaal socialistische Duitsland erkende als de enige grondslag waarop een volksgemeenschap kan worden gebouwd.
 
Het programma telde twintig punten, gegroepeerd naar vijf hoofdzaken: nationale oogmerken, staatsrechtelijke hervormingen, de volkshuishouding, de cultuur en sociale voorzieningen. De toelichting op dat program, die een maand later, in januari 1932 verscheen, telde het tienvoudige aan woorden.
 
 
 
 
 
 
Toelichting brochure 2
In zijn toelichting op het programma stelt Mussert, dat de NSB tegenover de toenemende futloosheid, onwil, onmacht, onverschilligheid, ongeloof, verdeeldheid, schotjesgeest en krakeel zucht, welke hij binnen Nederland constateert, een grondslag wil samenstellen van wilskracht, fierheid, plichtsgevoel, geloof in eigen kracht en bestaansrecht, nationalen zin, solidariteitsgevoel en gezindheid tot samenwerking en offervaardigheid.
 
Programma met toelichting brochure 1 en 2
Vanaf januari 1932 verschenen de brochures 1 en 2 in ťťn brochure; Programma met toelichting.
     
 
 
 
 
 
Nationaal Socialistiche (fascistische) staatsleer
brochure 3
 
Musserts uiteindelijke doel kreeg duidelijker gestalte in de derde officiŽle brochure van de beweging die in februari 1933 werd uitgegeven. Deze brochure, die in de zomer van 1932 was samengesteld door mr. S.A. van Lunteren, privaat docent aan de universiteit van Utrecht, en ťťn van de leden van het eerste uur, had tot doel te voorzien in een duidelijke verklaring en wetenschappelijke rechtvaardiging van de politieke doctrine van de beweging; zaken die in de door Mussert zelf geschreven brochures (Programma en Toelichting) hadden ontbroken. Twee punten vooral trokken in de brochure de aandacht; de staatsvergoding en de uitschakeling van het koningschap als reŽle politieke factor. Op die twee punten richtten velen, vooral mensen van conservatieve of gemengd-fascistische gezindheid, hun aanvallen: de brochure had de NSB ontmaskerd als een 'on-Nederlandse' en gevaarlijke beweging, aldus mensen als prof. Gerretson en Gerard Knuvelder. Ook de in 1933 gevoerde fusiebesprekingen met het Verbond voor Nationaal Herstel, waaraan voor de NSB door Wigersma werd deelgenomen - het enige contact van dien aard, dat de NSB vůůr 1940 met een andere rechts organisatie gehad heeft - , stuitten direct op deze twee punten af.
 
 
 
Albert de Joode - Albert van Waterland
 
In 1933 werd Mussert uitgenodigd om op zaterdag 13 mei in Duitsland, in Goch, te komen spreken voor aldaar wonende Nederlanders. Mussert werd vergezeld door Van Geelkerken, het gewezen anti-revolutionaire kamerlid ds. Van Der Voort Van Zijp en zijn 'lijfwacht'. Drie NSNAP'ers - onder wie ťťn met de voor jodenhater opmerkelijke naam De Joode - reisden, toen zij hiervan lucht hadden gekregen, herwaarts om Mussert een stok tussen de spaken te steken. Terwijl deze op zakelike manier sprak tot een volle zaal, drongen autochtone SA'ers en SS'ers, opgejut door de Joode en zijn maats, binnen. …ťn van de NSNAP'ers nam het woord en schilderde de spreker af als jodenvriend en bedrieger, met zoveel vuur en verve dat hij het publiek meekreeg. Groot tumult, Mussert werd weggehoond..... Onder druk van het volksempfinden nam de NSB leider zo snel hij kon de wijk.
 
 
 
 
 
 
 
Actueele Vragen
brochure 4
 
Een jaar na het incident in Goch ondernam Mussert een poging om voor eens en altijd een eind te maken aan het geharrewar over het jodenprobleem. Hij publiceerde een brochure - de vierde, zijnde geschriften waarin hij het officiŽle NSB standpunt in allerlei zaken uit de doeken deed - onder de titel Actueele Vragen, antwoord van het Nederlandse nationaal-socialisme (fascisme) op een tiental Nederlandse vragen. De voorlaatste vraag luidde: hoe staat de NSB tegenover de joden? In antwoord begon hij het racisme te verwerpen. In het Nederlandse jodendom onderscheidde hij voorts drie soorten: nationaal voelende Nederlanders van joods ras; gasten die een historische plaats te midden van het Nederlandse volk innamen - aan wier positie niet mocht worden getornd - en '...joden die geen deel hebben aan onze nationale gedachte'. Geen Nederlanders dus, 'import' zei hij een jaar later. Met zij gebruikelijke optimisme besloot hij met te zeggen: 'Hiermee menen wij de jodenkwestie werkelijk voldoende te hebben behandeld'. Hij mocht het gewild hebben! Tegenstanders - vooral ook de joden die inderdaad vaak vooraan stonden in de bestrijding van de NSB - lieten niet af zijn beweging van antisemitisme te betichten en dat des te heviger werd naarmate de polarisering voortschreed.
 
Al vroeg in januari 1934, was de brochure opgesteld met het oogmerk de bezwaren en beschuldigingen die er in het voorgaande jaar tegen de NSB waren ingebracht, te ontzenuwen. Het ontwerp was van jhr. Mr. G.W. van der Does, die ook rekening had gehouden met de opmerkingen van drie andere vooraanstaande adviseurs. Mussert bewerkte het ontwerp en voegde er wat materiaal van zichzelf aan toe. De uiteindelijke versie, die in maart 1934 als brochure vier onder de titel Actueele Vragen werd gepubliceerd, wilde het standpunt van de beweging weergeven ten aanzien van zaken als het Huis van Oranje, de rol van de kerk, of de kwestie van de gewetensvrijheid, en dat alles aangepast aan de gesignaleerde behoefte aan eenheid en gezag.
 
 
 
 
 
Staatkundige richtlijnen der Nationaal Socialistische Beweging in Nederland
brochure 5
 
De brochure verscheen in maart 1936. De brochure was anoniem, maar in een voorwoord door Mussert met officieel gezag bekleed. Dit nieuwe geschrift verving van Lunterens brochure III, die nu eindelijk officieel kwam te vervallen, daar Mussert in zijn voorwoord schreef: 'Onze beginselen en de daaruit voortvloeiende doelstellingen aan concreetheid hebben gewonnen'. Uit deze brochure blijkt de snelle evolutie van het ideologische en politieke denken van de NSB. Brochure V stelde niet meer de staat, doch het volk primair en voltrok in zoverre de overgang van fascisme naar nationaal socialisme. 'Door het vervangen van brochure III door brochure V zijn geen beginselen ingetrokken, maar zijn de voor misverstand vatbare nadere verklaringen van de onvervangbare beginselen, vastgelegd in het program van de NSB, door duidelijker vervangen'.
 
 
 
symbolen
 
 
Als insignevorm werd gekozen voor de driehoek, dat het Griekse teken is voor delta. Nederland is de delta van de 3 grote rivieren Rijn, Maas en Schelde. "Ons land is het uitstromingsgebied, de delta van deze drie grote rivieren. De natuurlijke karakter van ons vaderland vindt in ons insigne zijn uitdrukking".
 
De leeuw toont de volkskracht
Het Nationaal Socialisme heft de vaan van de eer van arbeid in de ene hand, terwijl de andere hand het zwaard hanteert, dat kapitalisme en marxisme zal vernietigen.
 
 
 
De vlag
 
"Mussolini was met zijn zwarthemden, die de vlag van het fascisme heeft gehesen. Uit eerbied voor deze grote voorganger is de bovenste kleur van de NSB vlag zwart. Rood is de kleur van de opstand; rood is de kleur van het bloed; rood is de kleur voor de aanduiding van gevaar. Waarlijk het rood in onze vlag is een noodsein. De huidige toestand wordt er door gekenschetst. Ieder onzer ziet echter met verlangen den tijd tegemoet, dat deze rode kleur, met toestemming van ons Vorstenhuis, veranderd zal kunnen worden in Oranje, dat dan boven het zwart tezamen daarmede het kenteken zal zijn, dat Nederland is herboren en dat het gevaar voor den ondergang van ons volk is afgewend. Daarvoor strijdt den NSB!".
 
Zwart en rood
Zwart en rood zijn de kleuren van onze strijdvlag. Zwart is de kleur van het onveranderlijke, van den bodem waarop wij leven en die ons vaderland is geworden. Temidden van het wisselen der geslachten, het opgaan, blinken en verzinken van generaties, blijft de bodem, ons vaderland, voor allen hetzelfde, de bodem die ons het leven schenkt en in stand houdt. Daarnaast staat het rood, de kleur van het bloed, dat in onze aderen stroomt en dat het voornaamste kenmerkt uitmaakt van het Germaanse volk dezer lage landen. Ons bloed is onze levenskracht, de voorwaarde voor ons bestaan.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
F.A. Farwerck
 
Aan Farwerck dankte de beweging het wolfsangel-symbool en de 'volkse' namen voor de maanden, als louwmaand, wintermaand, enz. Deze namen bestonden al langer en werden door Farwerck opnieuw ingevoerd. Farwerck werd in 1940 geroyeerd omdat hij een oud lid was geweest van de vrijmetselarij.
 
 
 
 
Oranje - blanje - bleu vlag
 
Niettegenstaande het rood-wit-blauw de volle eerbied had van de Nederlandse nationaal-socialisten, omdat onder deze kleuren door Nederlanders grote daden zijn gedaan, veel geleden en gestreden is, kozen zij doelbewust, op grond van hun beginselen voor de komende (zo dacht men) Natonaal Socialistische Staat het aloude oranje-blanje-bleu. Beide vlaggen hebben een eervolle staat van dienst achter zich. Onder beide vlaggen hebben duizenden Nederlanders hun leven gelaten voor de eer, de vrijheid en de grootheid van het Nederlandse volk, zowel te land als ter zee. Nimmer zal dus ťťn der vlaggen als minderwaardig worden gebrandmerkt. (Het nationalisme van de NSB)
 
Nieuwe partijvlag/insigne
 
Openlijk bleek Van Geelkerkens verbondenheid aan de Volkse groep bij de introductie van een nieuwe partijvlag in 1938. Farwerck en Van Geelkerken haalden Mussert over om een nieuwe vlag goed te keuren: de driehoek die de oude vlag domineerde was in de volkse denkwijze een dubieus symbool. Ter gelegenheid van de derde 'Hagespraak' gehouden in juni 1938 in het Lunterse 'Nationaal Tehuis' introduceerde Van Geelkerken de nieuwe vlag: Oranje met een witte cirkel, waarin een blauwe 'wolfsangel', het symbool van de 'volksen'.
 
Bij de presentatie van de nieuwe vlag zie Van Geelkerken dat deze 'volksverbondenheid, waakzaamheid tegen vreemde invloeden, bewustzijn van eigen aard' symboliseerde. Van Geelkerken was waarschijnlijk vooral ingenomen met het oranje-blanje-bleu; anderen sprong echter de verbondenheid met de nazi-vlag in het oog. Onder druk van niet-volkse 'getrouwen' trok Mussert de vlag snel terug; de nieuwe insignes konden worden ingeruild voor de vertrouwde zwart-rode driehoekjes.
 
 
 
 
 
 
WOLFSANGEL
 
 
De wolfsangel was het 'strijdteken' van de NSB. De wolfsangel is het teken (vermoedelijk ontstaan door een verbinding van de runen voor zege/overwinning en voor nood/gevaar) waarmee de Germaanse volken de plaatsen plachten te kenmerken, waar wolven zich hadden vertoond. De wolfsangel diende tegelijk als waarschuwing voor wie ter plaatse mocht komen en als magisch teken ter bescherming in gevaar. Daarom was de wolfsangel het strijdteken van de NSB.
 
De wolfsangel was voor de NSB gekozen als middel om het rasbewustzijn wakker te schudden. Het was noodzakelijk om het bewustzijn van de eigen volksaard te doen herleven, om de ondergeschiktheid aan alles wat vreemd was uit te bannen en een politieke en sociale orde te bewerkstelligen.
 
"Het wijst op de bodemverbondenheid van de Germaansche boer. Het is daarom, dat het voor de Weerafdelingen van de Beweging, W.A. en Germaansche SS in Nederland gekozen is, die het dragen als verdedigers van het Germaanse wezen".
 
  
                           
 
 
 
 
 
 
 
De drie bronnen van het Nederlandse Nationaal Socialisme
 
In de zomer van 1937 trok Mussert zich terug om een soort NSB geloofsbelijdenis op te stellen, 'de bronnen van het Nederlandse Nationaal Socialisme'. Hierin trachtte hij zowel af te rekenen met de verbijsterende verkiezingsnederlaag in dat jaar, alsmede een uitgangspunt te vinden voor een nieuwe opgang. Over de joden zei hij: 'De Nederlandse sectie van het internationale jodendom, versterkt door duizenden uit Duitsland naar hier verhuisde joden, is er zich ten volle van bewust dat zij zeer ver gevorderd is op de weg van het in slavernij brengen van het Nederlandse volk door de machtige wapens,  genaamd kapitalisme, marxisme en democratie'.
 
 
Boekenlegger
 
 
 
 
In Volk en Vaderland van oktober en november 1937 deed Mussert een serie artikelen verschijnen, later als brochure gepubliceerd onder de titel: 'De Bronnen van het Nederlandsch Nationaal Socialisme', die bedoeld waren als een officiele verklaring van de ideologie van de beweging. Deze brochure betekende, ondanks alle voorbehoud en rechtvaardiging, een duidelijke officiele erkenning van het antisemitisme.
 
De bronnen van het Nationaal Socialisme:
Godsvertrouwen
Liefde voor Volk en Vaderland
Eerbied voor den arbeid
 
Deze brochure kwam voort - zoals de inleiding het uitdrukte - uit de noodzaak 'de kern der Beweging meer dan ooit te doordingen van het nationaal socialistische bewustzijn'.
 
'De Leider heeft ons, in het 'Programma' en in de 'Bronnen van het Nederlandsch Nationaal Socialisme' den geestelijken ondergrond voor onze strijd, de aanleiding tot onzen inzet gegeven'.
 
De brochure was voor het eerst een 'officieel' programmatisch document van de NSB dat het antisemitisme vastlegde. De bespiegeling over de tweede bron, liefde voor Volk en Vaderland, bevatte een scherpe formulering van het rassenbeginsel als grondslag van het nationaal bewustzijn. 'De liefde voor ons volk brengt met zich, dat wij strijders willen zijn voor de vrijheid van dit volk tegen een ieder, die deze vrijheid belaagd. Van het twaalf miljoen tellende Joodsche volk wonen een paar honderdduizend temidden van ons volk, grotendeels onvermengd, ten deele vermengd. Deze paar honderduizend nemen geleidelijk maar zeker den Nederlandschen bodem in hun bezit; gaan den handel beheersen, recht spreken over het Nederlandse volk, uitmaken hoe het Nederlandsche volk moet denken, zich gedragen, handelen. Dit is ondragelijk, dit dulden wij niet, nu niet en nooit; het is onze plicht daaraan een einde te maken'.
 
De bronnen van het Nederlandsch Nationaal Socialisme met het uit het jaar 1931 bestaande programma, vormden tezamen de grondslag der Beweging.
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
District 12 - Amsterdam
De territoriale indeling van de NSB
 
District
De NSB bestond uit 14 districten, te weten de 11 provindies en de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Een aantal kringen vormden een district.
 
Kring
Een aantal groepen vormden een Kring, onder leiding van een Kringleider. Al op 1 februari 1933 was de eerste Kring gevormd met mr. H. Reydon als Kringleider, n.l. Amsterdam. Twee weken later volgde Rotterdam, met als Kringleider J.F. Overwijn.
 
Groep
Een aantal buurten/wijk vormden een Groep.
 
Buurt of Wijk
Een aantal blokken onder leiding van een Buurt- of Gewestleider.
 
Blok
Een aantal leden (dorp of een gedeelte daarvan).
 
 
 
 
 
 
Districts- Kringbladen
 
  • De Noorderstorm, 14d         ∑ District Groningen
  • De Kameraad, 14d              ∑ Kring Maastricht
  • De Daad, weekblad             ∑ Kringblad voor Amsterdamse Kringen
  • De Werker, weekblad          ∑ District Utrecht
  • Binding, 14d                      ∑ Gelderland (Arnhem)
  • Maas en Merwe, 14d           ∑ Z.-Holland (Dordrecht)
  • De Opstand, 14d                ∑ Noord Brabant
  • De Stormklok, 14d             ∑ Rotterdam
  • Onze Taak, weekblad          ∑ Den Haag
  • De Brug, 14d                     ∑ Zuid Holland (Eilanden)
  • De Victorie                         ∑ Kring IJmuiden
  • Ons Kringblad                    ∑ Kringblad Den Haag
  • Alarm                                ∑ Haags Kringblad, opvolger van 'Ons Kringblad'
  • Stormram                          ∑ Kringblad van Het Gooi
  • Zwart Rood                        ∑ Kring Gooi-Zuid
     
 
 
 
 
 
 
           
 
 
 
         
 
 
 
 
 
Lustrum
 
Op 12 december 1936, twee dagen voor de openbare viering van het vijfjarig bestaan van de NSB, woonden bijna elfduizend leden en partijfunctionarissen in de Amsterdamse Rai een besloten bijeenkomst bij om dat feit te herdenken, gewoontegetrouw weer een spektakel van jewelste. Hoogtepunt voor de aanwezigen was de presentatie van een bijna drie ton wegende luidklok waarvan het indringende geluid de stem van de beweging symboliseerde die reeds vijf jaar doende was het Nederlandse volk wakker te roepen. Het randschrift van de bronzen gigant luidde, refererend aan het volkslied: 'Ik roep hen die zijn 't vaderlant ghetrouwe tot in den doet'. De klok werd overigens op de Hagespraak van 22 juni 1940 aangeboden aan generaal-veldmaarschalk GŲring om te worden omgesmolten ter versterking van de grondstoffenvoorziening van de Luftwaffe. Mussert sprak tot een van geloof en geestdrift zinderende schare: 'Vol moed en vertrouwen gaan wij het tweede tijdvak in. Het leger marcheert, ik ga U weer voor, wij zullen onze plicht doen en de historie zal ons recht doen'. Dit zeggend gingen zijn gedachten uit naar de grote politieke gebeurtenis die voor de deur stond: De verkiezingen voor de Tweede Kamer in mei 1937. In zijn ogen marcheerde de NSB af op een verkiezingsoverwinning. Dat was wat hij bedoelde met het recht van de historie. De samenkomst had duidelijk tot doel de vechtlust van de beweging te stimuleren.
 
 
 
 
 
Rondom de klok.... 12 december 1936
 
Brochure over de eerste vijf jaren van de NSB. 'Vol moed en vertrouwen gaan wij het tweede tijdvak in. Ik verwacht van U vertrouwen, toewijding, discipline in steeds sterker mate. Het leger marcheert, ik ga u weer voor, wij zullen onzen plicht doen en de historie zal ons recht doen. Op onze klok heb ik aangebracht ons devies: 'Ik roep hen, die zijn den Vaderlandt ghetrouwe tot in den doet.' (blz. 32)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Limburgse Volksdag
 
Op zaterdag 5 september 1936 werd een Limburgse Volksdag gehouden in een park tegen de helling van de Couberg, Valkenburg. Er waren naar schatting 5000 bezoekers, onder wie een aanzienlijk deel uit Duitsland. Vooral uit de mijnstreek waren er heel wat belangstellenden.
 
De spreker Graaf Marchant d'Ansembourg laakte de houding van de kerkelijke autoriteiten in Limburg tegenover de NSB. In het programma van de NSB zou volgens d'Ansembourg niets staan staan dat in strijd was met de kerkelijke leer.
 
Ook Mussert sprak op de Volksdag.
  
 
 
                   
 
 
 
 
Vergaderingen NSB
 
Om geld te genereren belegde de NSB zo'n anderhalf duizend openbare vergaderingen per jaar. Op elke vergadering werd een toegangsbewijs geheven. Bovendien werd er gecollecteerd. Daarnaast werden er enkele duizenden kring- en groepsvergaderingen gehouden. De baten kwamen ten goede aan de organisatie, opbouw en propaganda. Ook de Landdagen bedruipten zichzelf geheel.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Zwarthemden bijeenkomst
 
Op vrijdag 10 november 1939 kwamen 2300 leden der NSB bijeen in het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen. In de brochure 'Mussert spreekt tot zijn zwarthemden' staat dat de rede voor het eerst werd uitgesproken op 14 oktober 1939.
 
Op het speldje staat de klok van de beweging afgebeeld, met de tekst:
 
"Zwarthemden-bijeenkomst mobilisatiejaar 1939"
"Ik roep hen die zijn 't Vaderland ghetrouwe tot in den doet."
 
 
 
 
 
 
 
          
 
 
 
 
 
Landdagen NSB
 
De NSB organiseerde z.g. landdagen, grote bijeenkomsten voor hun leden. Er werden algemene Landdagen gehouden, voor de leden uit heel het land en gewestelijke Landdagen.
 
Op 7 januari 1933 trad de NSB op een Landdag in Utrecht, door 600  mensen bezocht, in de openbaarheid. Op dat moment had de NSB duizend leden. deze eerste Landdag werd gehouden in het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te Utrecht. Het weekblad Volk en Vaderland begon te verschijnen en men kon bovendien de eerste groep zien van de in zwart uniform gestoken Weer Afdeling (W.A.) zien marcheren, 32 man sterk.
 
De tweede landdag was ook in 1933, op 7 oktober in Utrecht; een heel verschil met die van tien maanden geleden: tien maal zoveel deelnemers - zesduizend. Enkele slachtoffers van 'het marxistische terreur' op 18 Herfstmaand 1933 toen het uniformverbod inging, kregen op de tweede landdag een bijzondere onderscheiding uitgereikt. Verschillende WA onderdelen hadden zich destijds, s'avonds op de Coolsingel verzamelt om op het middernachtelijke uur zich te ontdoen van hun hemden. Desondanks begonnen politieagenten met gummiknuppels op de WA in te ranselen.
 
 
 
Hiernaast:
 
George Kettmann jr. stelt een ruilabonnement voor tussen Volk en Vaderland en de Rijkseenheid, het blad van Nationaal Herstel. De brief is gedateerd: 5 januari 1933.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Gewestelijke Landdag
 
Op 28 april 1934 wordt in Amsterdam de 1e Gewestelijke Landdag gehouden. Er zijn geen zalen groot genoeg om de deelnemers aan een algemene landdag plaats te verschaffen. Daarom moeste het samenkomen beperkt worden gehouden tot leden uit de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht. 12.000 deelnemers bezochten het RAI gebouw. De leden in het noorden van het land komen enige weken later in Wedde (Groningen) bijeen. De landdag vond plaats op de 'Borg' van Wedde.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Derde Algemene Landdag
 
De Derde Landdag werd gehouden op zaterdag 30 maart 1935 in het RAI gebouw te Amsterdam. Op 1 april, maandag, vond de landdag plaats voor inwoners uit Amsterdam en omstreken. Op 30 maart waren er zestienduizend bezoekers, op 1 april tienduizend.
 
          
 
 
 
 
         
 
 
 
 
 
 
 
 
4e Algemene Landdag
 
Vijfendertigduizend nationaal socialisten bezochten op 12 oktober 1935 de historische 'vierde algemene Landdag', die bij gebrek aan vergaderruimte, in een opgebouwde tent op de weilanden bij Loosduinen moest worden gehouden.
 
 
 
 
Herinneringsbord IndiŽ reis van Mussert
 
Op 17 juli 1935 begon voor Mussert de reis van zijn leven, toen het KLM toestel 'De Sperwer' zich losmaakte van de grond met als bestemming Nederlands-IndiŽ. Mussert bezocht in IndiŽ o.a. de gewestelijke en plaatselijke afdelingen van de beweging en hield toespraken. Het werd voor de NSB een succesvolle reis want de beweging groeide en kreeg onder de Europese bevolking van Nederlands-IndiŽ waardering.
 
 
Op het bord staat: van 17-24 juli 1935 per "SPERWER" en: van 29 aug-2 sept per "KWAK". Het afgebeelde bord heeft een doorsnede van 28 cm. Er schijnen ook kleinere borden uitgegeven te zijn. Dhr. Te Pas was gezagvoerder van de "SPERWER", het vliegtuig dat Mussert naar IndiŽ vloog. Aan het einde van de reis verraste Mussert Dhr. Te Plas met een zilveren sigarettenkoker met inscriptie. Te Pas kwam in de Tweede Wereldoorlog om het leven toen zijn vliegtuig tijdens een vlucht van Lissabon naar Londen werd neergehaald door een Duitse Jager.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
"Enige leden hebben kam. Van Geelkerken verzocht namen hen aan de Algemene Leider op de Landdag ter herinnering aan diens IndiŽ reis, een gedreven schotel, aan te bieden. Het Strijd en Verkiezingsfonds is door de schenkers in staat gesteld 600 copieŽn van dit kunstwerk in brons te laten maken, zodat straks in elke groep een lid ťťn van deze fraaie herinneringschotels, die een historische betekenis zullen hebben, in zijn bezit te kunnen krijgen. Nadere gegevens hierover zullen U, binnen enige weken na de Landdag door het Strijd- en Verkiezingsfonds bereiken".
 
Uit: Programma 4e Landdag NSB, 5 october 1935.
 
 
 
 
Hagespraken
 
Op de Veluwe, bij Lunteren, op de Goudsberg, had Mussert een stuk heidegrond gekocht als 'Nationaal Tehuis' voor de NSB. Hier kon het groeiende aantal bezoekers van de Hagespraken, een openluchtmanifestatie, opgevangen worden. Tijdens deze jaarlijkse bijeenkomst moest men onder de indruk komen van de massaliteit en de kracht van de beweging. Vanaf 1936 werd elk jaar op Tweede Pinksterdag de landdagen van de beweging gehouden, die sindsdien ter wille van de volkse coleur 'Hagespraken' werden heetten. De term Hagespraak was gekozen geheel in overeenstemming met de sterke hang van het nationaal-socialisme naar volkse tradities. De vrije Saksische boeren uit het begin van de jaartelling gaven aan hun geregelde samenkomsten de naam Hagespraak. De NSB wilde hiermee de verbondenheid aangeven met het voorgeslacht en de cultuur van het Nederlandse volk.
 
"Hagespraak is de naam, die de vrije Saksische boeren gaven aan hun geregelde samenkomsten. Het is een naam, waaruit voor onzen tijd de verbondenheid met ons voorgeslacht, met de oude cultuur van ons volk spreekt. Waardig sluit daarbij de plaats aan, de Goudsberg in Lunteren, waar de NSB dit oude volksche begrip als een traditie in de volksvernieuwing heeft hersteld. Een Hagespraak is een lichtpunt in den tijd, het oogenblik van samenzijn met elkaar, rondom den Leider. Zij is een bron, waaraan de uitgeputte zwarte soldaten zich komen laven, een manifestatie van jonge, frissche krachten, een heilige belofte van trouw aan den Leider, aan de Beweging, aan eigen Volk en eigen Vaderland".
 
"Als wij elkaar ontmoeten, elk jaar opnieuw, op den Goudsberg in Lunteren, op den eigen grond der Beweging, dan voelen wij, Nederlandsche Nationaal-Socialisten ons metterdaad die harde onverwoestbare kern waaromheem zich een krachtig Volk aan het vormen is".
 
De Goudsberg te Lunteren zou als 'Nationaal Tehuis' aan de NSB verbonden blijven, aldus Mussert.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
In de jaren na 1937 is met de verdere inrichting en afwerking van het terrein voortgegaan. Het heideveld is langzamerhand veranderd in een unieke vergadergelegenheid, die door het monumentale podium op waarlijk treffende wijzen wordt bekroond. Drie jaar lang heeft hier de klok der Beweging geluid, als een plechtige aankondiging van aanvang en einde der bijeenkomst. Op 1 mei 1939 verzamelen zich 's middags op de Goudsberg enige kameraden, waar de Leider de sluitsteen legt voor het nieuw gebouwde podium. Een oorkonde werd ingemetseld die van dit belangrijke feit in de geschiedenis van het 'Nationaal Tehuis' gewaagt.
 
De Hagespraak is voor de nationaal-socialisten een gebeurtenis, die zich afspeelt op gewijde grond. De 'handeling' te Lunteren is een liturgie met een zeer diepe zin. Voor de leden was dit een hoogtepunt waar men veel voor over had. Ondanks de grote armoede was men bereid een behoorlijk bedrag uit te geven voor het bijwonen van deze dagen.
 
Als voornaamste betekenis heeft de Goudsberg traditie voor de strijdende nationaal-socialsten, die hier jaren lang zijn gekomen, om hun leider trouw te betuigen en van hem nieuwe richtlijnen voor den strijd voor Volk en Vaderland te ontvangen.
 
 
 
 
Spaarkaart voor het 'Bouwplan Lunteren', het Nationaal Tehuis van de NSB.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Bergopwaarts
 
Musserts eerste Hagespraak in Lunteren werd gehouden op 1 juni 1936 onder de titel 'Bergopwaarts' op een terrein van de Goudsberg, dat korte tijd later in eigendom van de beweging overging, betaald door vrijwillige bijdragen van de leden zelf. Het werd bijgewoond door 40.000 NSB'ers.
 
 
In mei 1936 besloten de Nederlandse bisschoppen dat katholieken die de NSB 'in belangrijke mate' steunden, verstoken zouden blijven van de Heilige Sacrementen. De Hagespraak geeft een goede indruk van de ontstemming binnen de partij. In een poging in het Vaticaan door te dringen, om zodoende druk te kunnen uitoefenen op de Nederlandse bisschoppen, bracht Mussert later die maand een bezoek aan Mussolini. Hij keerde echter met lege handen terug, meer dan ooit overtuigd dat de kerk zich tegen het nationaal-socialisme verzette uit angst haar wereldlijke macht te verliezen.
 
 
        
 
 
 
Hůůg het kruis
 
Hierin staat dat de NSB geen totale staat nastreeft. "Wij strijden voor een gezonden, krachtigen, christelijken staat, voor het herstel van onze nationale eenheid in christelijken zin."
 
"Als wij katholieke functionarissen der Nationaal Socialistische Beweging in Nederland, ook maar de geringste vrees koesteren, dat het Katholieke geloof en het Katholieke leven enige schade van deze Beweging zouden ondervinden, wij zou zouden haar met hand en tand bestrijden! Mussert zegt ons; (o.a. in zijn rede ter openbare vergadering te Eindhoven op 21 februari j.l.) Katholieken, hoog het kruis!"
 
 
 
 
 
 
 
 
Bisschop J.H.G. Lemmens kenschetste het nationaal-socialisme in de "Analecta voor het Bisdom Roermond van 25 februari 1936 als satanisch. In een brief van 8 augustus 1936 deed Lemmens een persoonlijke oproep het nationaal-socialisme de rug toe te keren.
     
 
 
 
 
 
 
 
 
Tweede Hagespraak en een extra Hagespraak
 
Op 17 mei 1937 hield de NSB haar tweede Hagespraak. Op 9 oktober 1937 houdt de NSB dan een extra Hagespraak naar aanleiding van onrust in de NSB. Nadat verschillende vooraanstaande figuren geroyeerd of vrijwillig of op andere wijze gedwongen waren te vertrekken, werd op 9 oktober 1937 te Lunteren het 'Appel der Getrouwen" gehouden. Er waren namelijk tekenen geweest van een revolte tegen Mussert. In de Volk en Vaderland van 1 oktober '37 kon men leren dat Van Duyl 'uit vrije wil' uit de NSB getreden was, dat mr. Pont - een ander pas gekozen lid van de Eerste Kamer die nog maar kort geleden NSB'er geworden was en daardoor zijn ambt van burgemeester van Hillegom had verspeeld - zijn voorbeeld had gevolgd en dat Van Der Goes Van Naters en de jonge Valckenier Kips waren geroyeerd. Van Duyl en Pont hadden op hun manier de gang van zaken rondom hun uittreden in de openbaarheid gebracht en Mussert moest dan ook iets doen om mogelijke verwarring bij zijn getrouwen te voorkomen.
 
Deze bijeenkomst was een getuigenis van ontroerende trouw aan Mussert en het nationaal-socialisme zoals de Beweging nog niet gekend had. Eer en trouw zijn van dan af geen leuzen, maar beginselen en zuilen van de Beweging. Die dag geeft de Leider in 'De bronnen van het nationaal-socialisme' de grondslag voor de verdere werkzaamheid van de Beweging.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Derde Hagespraak
 
Op de Hagespraak van 6 juni 1938 vond Mussert het nodig de achterban op het hart te drukken zich te keren tegen hen die vanuit hun ellende de kreet aanhieven: "Laat Hitler het het hier ook maar opknappen". De stelling dat deze kreet ook in de partij gehoord kon worden werd wijselijk uit de definitieve versie van de toespraak geschrapt. En hoe oprecht Musserts vrees ook was, hoogstwaarschijnlijk oefende de meer agressieve tactiek van de partij ook aantrekkingskracht uit op noodlijdende en vervreemde elementen van de samenleving.
 
"Het Hagespraak terrein mag geen verwaarloosde, platgetrapte heide blijven, waar zandverstuivingen beginnen te dreigen, maar moet worden een monument, dat na eeuwen nog getuigen zal van de eendracht en vastberadenheid van de kern van ons volk in donkere tijden toen ondergang dreigde van alle kant. En het nageslacht zal dan zeggen, sprekende over de geschiedenis van het Nederlandsche Volk: In Alkmaar begon de victorie, in Lunteren op den Goudsberg begond de wederopstanding; ziet hier de plaats waar duizenden mannen en vrouwen tezamen kwamen, onwrikbaar geloovende aan de wederopstanding, werkende voor hun Volk en hun Vaderland met alle kracht, die in hen was". (Mussert 1 juni 1938)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Vierde Hagespraak
 
"De vierde Hagespraak toont aan de bezoekers de vorderingen die gemaakt zijn bij de verdere inrichting van het vergaderterrein. Het monumentale podium nadert zijn voltooiing, als een prachting sluitstuk tegen den achtergrond der natuur. Alle Nederlandse mannen en vrouwen die op dezen Veluwschen bodem opnieuw de vreugde beleven van het elkaar zien en ontmoeten, voelen zich hier thuis, omdat ze weten dat ook hun bijdrage en offers den aankoop en verdere inrichting van het Nationaal Tehuis hebben mogelijk gemaakt. De Goudsberg is het terrein van de Beweging, dat wil zeggen van ieder lid der Beweging". (Voor Volk en Vaderland, '43 blz. 358)
 
 
 
 
 
 
 
 
Hagespraak der bevrijding
 
Fritz Schmidt, commissaris-generaal voor bijzondere aangelegenheden, de vertegenwoordiger van de NSDAP bij het Duitse bestuur over Nederland adviseerde Mussert, Berlijn, door een grootse demonstratie, te laten zien hoe machtig de NSB wel was. Op 8 juni 1940, een zaterdag, belegde Mussert een vergadering van het kader van de beweging in Utrecht. Hij maakte bekend dat die demonstratie zou bestaan uit een massameeting te Lunteren, die hij uit propagandistisch oogpunt weinig gelukkige naam van 'Hagespraak der Bevrijding' gaf. Op deze Hagespraak van 22 juni 1940 hebben de verzamelde nationaal-socialisten besloten de NSB klok aan Generaal-Veldmaarschalk GŲring aan te bieden om te worden omgesmolten ter versterking van de grondstoffenvoorziening van de luchtafweerdienst. De Nieuwe Tijd zou de NSB bevrijden van verdrukking en vervolging.
 
Het aanbieden van deze klok was meer dan een symbolisch gebaar, het klare bewijs hoe vervreemd deze volksgenoten van land en volk zijn. De NSB heeft dit volk te zeer beledigd dan dat het ooit van de NSB heil en steun te verwachten zou. (J.H. Scheps; Krachten die onsterfelijk zijn)
 
 
 
 
Eerste druk met stofomslag, 1941. Groot formaat.
 
 
 
 
Tweede uitgebreide druk, 1943. Groot formaat.
 
 
Voor Volk en Vaderland
 
Het gedenkboek van de NSB, samengesteld door C. Van Geelkerken. De strijd der Nationaal-Socialistische Beweging, 14 december 1941 - mei 1941, Utrecht. Dit boek werd door vriend en vijand gelezen. In 1943 verscheen een herdruk van dit, ruim vierhonderd pagina's dikke boek met een extra hoofdstuk over de strijd tegen het bolsjewisme.
 
'In de boekenkast van iederen Nationaal-Socialist behoort het standaardwerk Voor Volk en Vaderland een eereplaats in te nemen. De volksuitgave van tien jaren strijd van de Nationaal Socialistische Beweging der Nederlanden is zoo juist verschenen! Een tweede, uitgebreide druk met vele foto-illustraties, in een omvang van 544 blz. Gebonden in linnen band, Fl. 3,90. Gebonden in een halflinnen band, Fl. 3,60'. (advertentie)
 
 
 
Van het gedenkboek kwam ook een kleine uitgave, handig voor op reis of gebruik te velde.
 
 
 
 
 
  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Van hetzelfde formaat als de kleine jubileumboeken 'Voor Volk en Vaderland', zijn de Nationaal Socialistische Almanakken van 1943 en 1944. In 1942 heette het nog 'Jaarboek 1942'.
Fronten en Gilden
 
Fronten en Gilden waren Nationaal Socialistische verenigingen van vakgenoten.
 
De Fronten en Gilden heeft de NSB ingesteld om een volksordening in corporatieve geest voor te bereiden. In juli 1942 heeft Mussert daarover uitvoerig gesproken in zijn rede, gehouden op de Goudsberg te Lunteren, "De Nederlandse Staat in het Nieuwe Europa". Het gehele terrein van werkzaamheden op maatschappelijk gebied (buiten het kerkelijk terrein) is verdeeld over 7 arbeidsterreinen:
 
De Voedselvoorziening
Nijverheid, handen en bankwezen
Waterstaat, energie en verkeer
Volksgezondheid
Opvoeding en Onderwijs
Cultuur
Openbaar bestuur
 
Iedere werker in ons Volk behoord krachtens zijn werk tot een of meer van deze gebieden. Ieder dezer gebieden wordt geleid door een Gilde of een Front, zodanig, dat de eer van de arbeid wordt hoog gehouden, het vak naar behoren wordt uitgeoefend, het Volk naar de eis wordt gediend, zodat het algemeen belang voorgaat boven het groepsbelang en het groepsbelang boven het persoonlijk belang.
 
Vervoersfront
 
"Het vervoersfront neemt wel een bijzondere plaats in, in de organisaties, welke strijden voor den Nieuwen Tijd. Met een doelbewust beperkte organisatie blijft het in een tijd van volkomen afbraak strijden voor het behoud van het particuliere initiatief en voor gezonde nationaal-socialistische doelstellingen voor het bedrijfsleven op verkeersgebied in Nederland".
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Studentenfront (krant). Het eerste nummer verscheen op 5 februari 1941.
 
 
De organisatie van het Vervoersfront is een afspiegeling van de Hoofdgroep Verkeer der Organisatie van het Nederlandsche Bedrijfsleven, met dien verstande, dat het Vervoersfront slechts een leider en een plv. leider werkende met een bureau heeft en dat de Bedrijfsgroepen, Vakgroepen en Ondervakgroepen, zoals de Hoofdgroep Verkeer die kent, door het Vervoersfront Hoofdsecties, Secties en Ondersecties worden genoemd. De indeling in Hoofdsecties is als volgt:
 
Tramwegen, spoorwegen, wegvervoer, binnenscheepvaart, haven en aanverwante bedrijven, koopvaardij, zeevisscherij, hotel-, cafe-, restaurant-, pension- en aanverwante bedrijven.
 
Over het Vervoersfront is weinig bekend. In ieder geval was een meneer Brands er de leider van.
 
Het embleem van het Vervoersfront was het Rune teken voor 'tocht' of 'rit'.
 
 
Studentenfront
 
Het Studentenfront werd op 16 november 1941 in Den Haag opgericht. Initiatiefnemer was het hoofd van het Opvoedersgilde van de NSB, prof. Mr. Dr. R. van Genechten. Belangrijkste doelstelling van het front was het uitdragen van de nationaal socialistische beginselen in universiteit en hogeschool en te komen tot een 'nieuwe universiteitsgemeenschap'.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Op last van Mussert werden de bestaande nationaal socialistische studentengroeperingen in een Studentenfront geÔncorporeerd, wat met grote moeilijkheden gepaard ging, daar velen uit die kring wel de nieuwe orde maar niet 'het mannetje Mussert wensten'. De nieuwe organisatie liet weinig van zich spreken en verviel als spoedig in het bekende rancuneuze gebral, waarbij de 'anti's' beurtelings voor lafaards, hopeloos beschimmelde conservatieven of gedachteloze meelopers werden uitgemaakt.
 
 
 
 
 
 
 
 
Medisch Front
 
Dit was de organisatie van NSB artsen. Leider werd Dr. G.A. Schalij te Arnhem; plaatsvervanger Dr. C.C.A. Croin te Den Haag. Croin was gemachtigde van Mussert voor het artsenwezen, president van de Nederlandse Artsenkamer, leider van de Vereniging van Ziekenfondsartsen, lid van de NSB en begunstiger van de SS. In februari 1944 was Dr. Ch. A. GŲtte de leider van Medisch Front.
 
Afbeelding links:
Volksgezondheid; orgaan van het Medisch Front.
Gilde der Voortrekkers
 
Dit Gilde stelde zich ten doel zoveel mogelijk nummers van "Volk en Vaderland" aan de man te brengen. Het Gilde was een werkerskern van straatcolporteurs: Mannen en vrouwen die het nationaal socialisme uitdragen op alle straten en pleinen van Nederland.
 
 
 
 
 
 
Een z.g. colportage speld, bodemvondst.
VOVA staat voor: "Volk en Vaderland".
 
 
 
 
 
 
 
 
Brandplaatje
 
Het grote publiek wilde niets weten van de krant 'Volk en Vaderland'. Menigmaal kwam het tot schermutselingen op straat. Het verzet kwam met een z.g. 'brandplaatje' met daarop een karikatuur van een colporteur en de tekst:
 
'Op de hoek van de straat
staat een NSB'er
t'is geen man, t'is geen vrouw
maar een rasplebeŽr
met een krant in zijn hand,
staat hij daar te venten,
en verkoopt zijn vaderland,
voor zes rooie centen'.
 
 
Volk en Vaderland
 
Volk en Vaderland verscheen als weekblad voor het eerst op 7 januari 1933 op de eerste Landdag van de NSB te Utrecht. Weliswaar stond de naam van Kettmann in de kop, maar achter de schermen, ongenoemd, bevond zich nog een redactie raad. Deze raad kwam eenmaal per week s'avonds bijeen ten huize van de voorzitter, Dr. van Lunteren. Later, toen het blad min of meer werd erkend, trad deze op als hoofdredacteur met Mr. H. Reydon en Kettmann als redacteuren. Het was het belangrijkste blad van uitgeverij Nenasu. Tijdens de bezetting liep de oplage op tot boven de 200.000 per week. Er werden ook gratis verspreide extra nummers uitgegeven. Aan het eind van de oorlog was er nog maar een oplage van 15.000 exemplaren.
 
Een kapitalist kan ook zonder vaderland bestaan, maar de arbeider buiten zijn land is een verschoppeling en alleen in en door zijn land kan hij een bestaan verwerven. Vandaar dat wij ons blad noemen "Volk en Vaderland", en dat onze strijd er een is voor Volk en Vaderland, want wij hebben de volstrekte zekerheid, dat wij een strijd voor een Volk zonder Vaderland niet behoeven te beginnen, omdat die hopeloos is. Een Volk zonder Vaderland is een troep zwervers; een Vaderland zonder Volk een wildernis. Zij behoren onafscheidelijk bij elkander. (Het socialisme van de NSB)
 
Volk en Vaderland, herdenkingsnummer.
Bijzonderheid; hierin staan de eerste duizend leden die het "strijd en offer" ereteken uitgereikt hebben gekregen.
 
 
 
 
 
 
Het Nationale Dagblad
 
Het Nationale Dagblad verscheen voor het eerst in 1936. Het Nationale Dagblad werd voor leger en vloot verboden. Ook had het zich binnen enkele maanden onder redacteurschap van Rost van Tonningen bijzonder onpopulair gemaakt binnen de NSB. De oplage van het Nationale Dagblad daalde zo van 20.000 naar 7000. Het blad bleef een financieel zorgenkindje van de NSB. De eerste jaren leverde het blad zware verliezen op, waarin ook Rost's Duitse relaties - hij reisde naar Duitsland om goedkoop papier en advertenties te werven - geen beslissende keer konden brengen. Pas toen de zakelijke leiding in de zomer van 1939 werd opgedragen aan H.J. Kerkmeester kwam aan die verliezen een einde; het jaar '39 leverde een batig saldo op van Fl. 10.000.
 
Het Nationale Dagblad moest naast het weekblad Volk en Vaderland de nationaal socialistische ideeŽn moest uitdragen. De krant was een spreekbuis van Rost van Tonningen en niet van de NSB.
 
 
 
 
 
 
 
 
H.J. Kerkmeester
 
Het SDAP dagblad Het Volk kwam met andere bladen, die door de Arbeiderspers werden uitgegeven, op 22 juli 1940 onder beheer van de NSB'er Kerkmeester. Hendrik Jacobus Kerkmeester was door  Rost van Tonningen benoemd tot directeur van het socialistische bolkwerk aan het Hekelveld in Amsterdam, de Arbeiderspers. Enkele redacteuren namen daarop ontslag. Onder hen waren het latere PVDA kamerlid mevr. Gerda Brautigam en de schrijver Simon Carmiggelt.
 
Kerkmeester was in Bussum ook sectieleider van de Grafische Industrie, een afdeling van het Ecomisch Front. Leider van het Economisch Front was Rost van Tonningen.
 
 
 
 
Afbeelding:
Brief van de NSB, van de 'adviseur van de Leider', 21 april 1943, met handtekening van H.J. Kerkmeester.
 
 
 
 
 
Het Opvoedersgilde
 
Op 21 september 1940 was, in opdracht van Mussert, een opvoedersgilde opgericht, waarvan de leiding in handen was van Mr. R. van Genechten. Het Gilde had tot doel, de herziening van opvoeding en onderwijs in 'volkse zin' te bewerkstelligen en alle 'volksgenoten', die bij het onderwijs en opvoeding van de 'Dietse jeugd' betrokken waren, te verenigen.
 
Het Opvoedersgilde was een puur ideologische aangelegenheid: een vereniging van gelijkgestemden (althans min of meer gelijkgestemden) met de bedoeling om nationaal socialistisch onderwijs ideeŽn te ontwikkelen en die ideeŽn in het onderwijs te verbreiden.
 
 
 
Opvoeding in Volkschen Geest
Vanaf mei 1941 gaf het Opvoedersgilde zijn eigen tijdschrift uit, genaamd 'Opvoeding in Volkschen Geest'. In maart 1942 werd het van maandblad in een tweewekelijks blad omgezet en vanaf februari 1943 verscheen het wekelijks. Het blad was vooral bestemd voor onderwijzers. Het propageerde de 'opleiding van de Nederlandse jeugd tot volwaardige volksgenoten in het Nieuwe Nederland'.